1 mei 2010 (De reactie termijn voor deze actie is verlopen!)
Actie voor de voorzitters van verenigingen tegen corruptie en mensenrechten, Burundi
ACAT PAYS-BAS
Action des Chrétiens pour l’Abolition de Torture et Peine de Mort
Ministère des Relations Extérieures et de la Coopération Internationale
Direction du Protocole et des Affaires Consulaires
B.P. 1840
BUJUMBURA
BURUNDI ……..,…… – 05 – 10.
Monsieur le Président,
En tant que membre de l’ACAT PAYS-BAS je suis très préoccupé par de menaces et d’actes d’intimidation à l’encontre de M. Gabriel Rufyiri et M. Pierre Claver Mbonimpa, présidents respectifs de l’Observatoire de lutte contre la corruption et les malversations économiques (OLUCOME) et de l’Association pour la protection des droits humains et des personnes détenues (APRODH).
Je vous demande instamment:
• garantir en toutes circonstances l’intégrité physique et psychologique de M. Gabriel Rufyiri et
M.Pierre Claver Mbonimpa ainsi que de l’ensemble des membres de l’OLUCOME et de l’APRODH
et de tous les défenseurs des droits de l’Homme au Burundi;
• mener sans délais une enquête exhaustive, indépendante, effective, rigoureuse et impartiale sur
les menaces à l’encontre de M. Gabriel Rufyiri et M. Pierre Claver Mbonimpa ainsi que sur les
circonstances de la mort de M. Ernest Manirumva, ce afin d’identifier les responsables, de les
traduire devant un tribunal indépendant, compétent et impartial conformément aux instruments
internationaux et régionaux de protection des droits de l’Homme, et d’appliquer les sanctions
pénales, civiles et/ou administratives prévues par la loi;
• garantir une réparation adéquate à la famille de M. Ernest Manirumva;
• veiller à ce qu’un terme soit mis à toute forme de menaces et de harcèlement, y compris
judiciaire, à l’encontre des membres de la société civile burundaise, et notamment des membres
de l’OLUCOME et de l’APRODH;
• se conformer aux dispositions de la Déclaration sur les défenseurs des droits de l’Homme, adoptée par
l’Assemblée générale des Nations Unies le 9 décembre 1998, et plus particulièrement à son article 1
qui prévoit que “chacun a le droit, individuellement ou en association avec d’autres, de promouvoir la
protection et la réalisation des droits de l’Homme et des libertés fondamentales aux niveaux national et
international”, son article 6(b), selon lequel “chacun a le droit, individuellement ou en association avec
d’autres, conformément aux instruments internationaux relatifs aux droits de l’Homme et autres
instruments internationaux applicables, de publier, communiquer à autrui ou diffuser librement des
idées, informations et connaissances sur tous les droits de l’Homme et toutes les libertés
fondamentales”, et son article 12.2 qui dispose que “ l’Etat prend toutes les mesures nécessaires pour
assurer que les autorités compétentes protègent toute personne, individuellement ou en association
avec d’autres, de toute violence, menace, représailles, discrimination de facto ou de jure, pression ou
autre action arbitraire dans le cadre de l’exercice légitime des droits visés dans la présente
Déclaration”;
• plus généralement, se conformer aux dispositions de la Déclaration universelle des droits de l’Homme
et instruments régionaux et internationaux relatifs aux droits de l’Homme ratifiés par le Burundi.
Dans cette attente, veuillez d’agréer, Monsieur le Président, l’expression de ma haute considération,
Nom: signature:
Adresse:
Vertaling van de brief
Als lid van ACAT NEDERLAND ben ik ernstig bezorgd over de bedreigingen en intimidaties tegen dhr. Gabriel Rufyiri en dhr. Pierre Claver Mbonimpa, resp. voorzitter van OLUCOME en van APRODH.
Ik verzoek u dringend:
• in alle omstandigheden de fysieke en psychische integriteit van dhr. Gabriel Rufyiri en dhr.
Pierre Claver Mbonimpa te waarborgen alsook van alle leden van OLUCOME en van APRODH
en van alle mensenrechtenverdedigers in Burundi;
• een snel, efficiënt, grondig, onafhankelijk en onpartijdig onderzoek uit te voeren naar aantijgingen
van mishandeling en de uitkomst ervan openbaar te maken om zo de verantwoordelijken voor een
bevoegde, onafhankelijke en onpartijdige rechtbank te brengen en de straf, burgerlijke en/of
administratieve sancties toe te passen waarin de wet voorziet;
• adequate schadeloosstelling te garanderen aan de familie van dhr. Ernest Manirumva;
• erop toe te zien dat er een einde komt aan elke vorm van bedreiging, intimidatie, met inbegrip
gerechtelijke intimidatie, tegen de Burundese burgers en met name tegen de leden van
OLUCOME en APRODH;
• te handelen in overeenstemming met bepalingen van de Verklaring van de Mensenrechten
Verdedigers zoals deze door de Algemene Vergadering van de VN op 9 december 1998 zijn
aangenomen; in het bijzonder artikel 1 waarin vermeld wordt dat ‘iedereen het recht heeft,
iedereen het recht heeft, individueel en in samenwerking met anderen, de bescherming en de
totstandbrenging van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op nationaal en
internationaal niveau’ te bevorderen en na te streven; als ook artikel 12.2 waarin vermeld wordt
dat ‘de Staat alle noodzakelijke maatregelen zal nemen om door het bevoegde gezag de
bescherming te verzekeren van eenieder, individueel of samen met anderen, tegen alle geweld,
bedreigingen, wraakacties, vijandige discriminatie daadwerkelijk of bij wet (de facto of de jure),
druk of iedere andere willekeurige actie als gevolg van zijn of haar rechtmatige uitoefening van
de rechten’ waarnaar in deze Verklaring wordt verwezen;
• meer in het algemeen te handelen overeenkomstig de Universele Verklaring van de Rechten van
de mens en de regionale en internationale mensenrechtennormen, geratificeerd door Burundi.
Uiteenzetting van de zaak
In april 2009 werd ingebroken bij dhr. Ernest Manirumva. Er zijn geen waardevolle voorwerpen gestolen, maar dhr. Ernest Manirumva is bezweken aan de verwondingen van messteken.
Twee weken later werd dhr. Gabriel Rufyri per telefoon bedreigd; op zijn aanklacht kreeg hij geen reactie. Kort voordat hij werd vermoord ontving dhr. Manirumva eveneens anonieme bedreigingen. Een jaar later zijn geen verantwoordelijken achterhaald.
In maart 2010 ontvingen dhr. Gabriel Rufyiri en dhr. Pierre Claver Mbonimpa doodsbedreigingen. Zij zijn resp. voorzitter van het centrum dat economische corruptie bestrijdt, OLUCOME, en van de vereniging voor de bescherming van mensenrechten en gevangenen, APRODH.
Op 22 en 23 maart 2010 hebben buren van P.C. Mbonimpa onbekende personen bij zijn woning gezien.
Op 1 april ’s avonds vroegen personen aan de buurman waar Mbonimpa waar was. De buurman weigerde te antwoorden. Bovendien kwam diezelfde avond een groep bewapende personen bij het huis van dhr. Gabriel Rufyiri, maar betrapt door de buren, zijn ze gevlucht. Mevr. Rufyiri kreeg eerder van een anoniem persoon het verzoek haar man te laten weten dat hij moest opletten i.v.m. de dossiers die hij behandelde.
Dhr. Mbonimpa en Rufyiri hebben geen aanklacht ingediend; op de eerder ingediende aanklachten door leden van OLUCOME en APRODH is geen reactie gekomen.
Dhr. Gabriel Rufyiri werd op de hoogte gebracht van het plan om hem en dhr. Mbonimpa te vermoorden.
De bedoeling van de bedreigingen is dat de slachtoffers een einde maken aan de bestrijding van corruptie en de bestrijding van overtredingen van de mensenrechten.
U kunt een kopie sturen aan:
M. Laurent Kavakure
Ambassade du Burundi à Bruxelles
Square Marie-Louise 46
1000 BRUXELLES
BELGIQUE
fax: +32 2 230 78 83
e-mail: ambassade.burundi@skynet.be
Ambassadekantoor Bujumbura
De Republiek Burundi
mw. drs. J.G. Seppen
B. P. 265
BUJUMBURA
BURUNDI
fax 00-257-222 52054
e-mail: BUJ@minbuza.nl
Overheidsinstanties en functionarissen in Burundi beschikken niet over officiële e-mail adressen. De brief aan de president moet via het Protocol van het Burundese Ministerie van Buitenlandse Zaken, vandaar het adres boven de brief.
Achtergrondinformatie Burundi
Burundi ligt in centraal Afrika ten oosten de Democratische Republiek Kongo. Burundi grenst verder aan Rwanda en Tanzania. Burundi is ongeveer 0,8 keer zo groot als Nederland.
Er wonen ruim 6 miljoen mensen (2004). De gemiddelde levensverwachting is 44 jaar. (2004)
Alle genoemde cijfers kunnen snel en sterk wijzigen in verband met de aids epidemie.
De meerderheid is Hutu (Bantu) 85%; Tutsi maken 14% van de bevolking uit. Verder een Pygmeënstam 1%. Overigen: kleine groepen Europeanen en Aziaten.
Anders dan de meeste andere Afrikaanse landen was Burundi, in de tijd van de kolonisatie, al een staatkundige eenheid. Het koninkrijk Burundi werd in 1899 toegevoegd aan Duits Oost-Afrika en kwam in 1916 onder Belgisch bestuur. In januari 1962 werd Burundi onafhankelijk. Er vond vaak wisseling plaats van de politieke elite, met dikwijls gewelddadige opstanden (1965, 1969, 1972, 1988 en 1993). In 1972 vluchtten ongeveer 150.000 mensen het land, onder meer naar het toenmalige Zaïre en naar Tanzania, waar een grote groep vandaag de dag nog steeds verblijft.
Vanaf 1962 tot aan 1993 kende Burundi drie republieken, die elk op onconstitutionele wijze beëindigd werden. Na de onafhankelijkheid in 1962 won de ’Union pour le progrès national’ (Uprona) de verkiezingen. In 1976 greep Jean-Baptiste Bagaza de macht, om zelf in 1987 afgezet te worden door Majoor Pierre Buyoya. Deze begon een proces van politieke hervormingen die in 1992 leidden tot een nieuwe grondwet, de introductie van een meerpartijendemocratie en algemene verkiezingen. In de verkiezingen van juni 1993 werd de Hutu Melchior Ndadaye (Frodebu) tot president verkozen, een mijlpaal: voor het eerst werd een Hutu president. Buyoya stapte vreedzaam terug en internationaal bestond hoop dat Burundi het symbool kon worden voor vreedzame democratische overgang in Afrika.
Deze hoop vervloog abrupt toen Ndadaye in oktober 1993 werd vermoord, waarna gewelddadigheden en wraakacties tussen de Hutu en Tutsi bevolkingsgroepen begonnen.
Na lang onderhandelen werd in augustus 2000 het Arusha vredesakkoord getekend door de Burundese regering en 17 gewapende groeperingen. In april 2008 is het weer onrustig, de FLN wordt beschuldigd van een mortieraanval op Bujumbura. Een VN missie om toe te zien op het vredesproces wordt uitgesteld. In april 2009 wordt Godefroid Niyombare benoemd als legerleider, de eerste Hutu die in deze functie.
Mensenrechten
Lynchpartijen op verdachten van misdaden in Burundi, vaak met officiële instemming, hebben in 2009 op zijn minst tot 75 doden geleid. Dit zeggen Human Rights Watch en de Associatie voor de Verdediging van Mensenrechten en Gedetineerden (APRODH) in een rapport dat is uitgebracht op
26 maart 2010. De regering van Burundi moet een einde maken aan de officiële betrokkenheid bij lynchpartijen en moeten de daders ter verantwoording roepen, zeggen Human Rights Watch en APRODH.
In een rapport dat op 11 maart 2010 gepresenteerd is door staatssecretaris Hillary Clinton voor het Amerikaanse Congres staat dat 2009 een jaar was met ernstige schendingen van de mensenrechten.
Volgens mw. Clinton zijn de veiligheidsdiensten van de Burundese regering doorgegaan met het schenden van de mensenrechten en het ongestraft doden en slaan van burgers. Het geweld tegen vrouwen is niet opgehouden en arrestaties en willekeurige gevangennemingen hebben het jaar 2009 gekenmerkt. Mw. Clinton sprak van een ondergeschikte en gecorrumpeerde justitie en noemde de beperkingen van de vrijheid van meningsuiting, die de oppositie en onafhankelijke associaties vaak hebben getroffen.
Sociale situatie
In februari 2010 hebben in het noorden van het land 180.000 mensen behoefte aan voedselhulp vanwege een gebrek aan regen. Een groot aantal mensen is vertrokken naar buurland Rwanda om werk te zoeken om genoeg te verdienen om hun families te voeden.
In het jaarrapport 2009 van de HDI staat Burundi op plaats 174 van de totaal 182 landen.


Download als pdf