31 juli 2008 (De reactie termijn voor deze actie is verlopen!)
Actie voor de tienjarige Ezzat Hajli in bezet Palestijns gebied
Uiteenzetting van de zaak.
Op 11 juni 2008 worden drie kinderen van resp. 7, 8 en 10 jaar in de winkel van hun vader in het dorp van Sanniriya, in bezet Palestijns, gebied overvallen door twee Israëlische militairen.
Schreeuwend en dreigend zegt één van hen dat hun vader hen heeft gestuurd om het geweer van hun vader te halen. Ezzat,10 jaar, vertelt dat zijn vader geen geweer bezit. Ezzat wordt op zijn rechterwang geslagen, zijn broertje op zijn gezicht. Dan worden de twee jongste kinderen de winkel uitgestuurd. Eén militair blijft met geweld aandringen om de plaats van het geweer te vertellen.
Ezzat houdt vol dat er geen geweer is. Hij wordt op zijn linkerwang geslagen. Ezzat moet gaan zoeken, terwijl hij blijft volhouden dat er geen geweer is. Intussen wordt hij geslagen, in de maag gestompt, Ezzat valt, schreeuwt het uit van de pijn, de militair heeft er plezier in.
Mensen uit het dorp proberen de winkel in te gaan, worden tegengehouden door een militair. Ezzat wordt bij zijn t-shirt gegrepen, de winkel uit gesleept. De militair wilde de winkel niet sluiten: zodat deze kon worden leeggeroofd.
Ezzat moet naar huis lopen met een geweer op zijn rug en nek gericht. Bij zijn huis staan Israëlische militairen en militaire voertuigen.
Ezzat moet in de bloembak naar het geweer zoeken, maar wordt meteen geslagen en valt op zijn gezicht in de bloembak. De militair grijpt hem bij zijn t-shirt, Ezzat moet naar de logeerkamer, hij ziet zijn vader, wordt geslagen, probeert op te staan, wordt opnieuw geslagen, valt. Zijn vader ziet dit alles gebeuren. Ezzat wordt aan zijn t-shirt opgetild, er wordt gedreigd dat Ezzat én zijn 16 jarige zus worden meegenomen naar de gevangenis. De oudere broers en zussen, de moeder van Ezzat moeten het aanzien. Het huis wordt doorzocht, op verschillende plaatsen worden met hamers vernielingen aangebracht. Ezzat verblijft een uur lang alleen met de militairen in de slaapkamer, waar hij wordt gemarteld. In totaal verblijven de militairen 2½ uur in het huis. Een vrouwelijke militair dwingt moeder en zussen naar de slaapkamer waar zij onder hun kleren naar het geweer moeten zoeken. Ezzat hoort hen schreeuwen. Intussen wordt hij nog steeds gemarteld: moet op één been staan met de armen omhoog; de helm van de militair wordt naar zijn hoofd gegooid.
Ezzat verloor twee kiezen en is psychisch diep geschokt. Hij krijgt medische zorg.
ACAT Nederland is diep bezorgd over de martelingen en mishandelingen die Ezzat Hajli zijn aangedaan en over het extreme geweld tegen zijn familie.
U kunt onderstaande brief schrijven:
ACAT NETHERLANDS
Action of Christians for the Abolition of Torture and capital punishment.
Shimon Peres
President of the State of Israel
Office of the President
3 Hanassi St. 92188
JERUSALEM
ISRAEL
….- 08 – 08.
Dear president,
As a member of ACAT Netherlands I am very concerned about the physical and psychological abuse amounting to torture of Ezzat Hajli, aged 10 years, by Israeli soldiers on 11 June 2008 in the village of Sanniriya, Occupied Palestinian Territories.
I ask you urgent:
* guarantee, in all circumstances, the physical and psychological integrity of Ezzat
and his family;
* order a thorough and impartial investigation into these events, notably the acts of
torture, in order to identify all those responsible, bring them to trial and apply the
penal and/or administrative sanctions as provided by law;
* guarantee that adequate compensation is awarded to Ezzat and his family;
* ensure the respect of human rights and fundamental freedoms throughout the
country in accordance with national laws and international human rights standards.
Yours respectfully,
name: signature:
address:
Vertaling van de brief.
Als lid van ACAT Nederland ben ik erg bezorgd over het lichamelijke en psychische geweld, tot en met marteling, tegen de tienjarige Ezzat Hajli, gepleegd door Israëlische soldaten op 11 juni 2008 in het dorp Sanniriya in bezet Palestijns gebied.
Ik verzoek u dringend:
* in alle omstandigheden de fysieke en psychische integriteit van Ezzat en zijn familie
te waarborgen;
* opdracht te geven tot een grondig en onafhankelijk onderzoek naar deze
gebeurtenissen, met name naar de marteling, om alle verantwoordelijken hiervoor
te achterhalen, hen voor de rechter te brengen en de straf en/of administratieve
sancties toe te passen zoals de wet daarin voorziet;
* te garanderen dat voldoende compensatie wordt toegekend aan Ezzat en zijn familie;
* het respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden in heel het land te
waarborgen in overeenstemming met nationale en internationale
mensenrechtennormen.
U kunt een kopie sturen aan:
Het fax en e-mail adres van president Peres:
fax: +972 2 5610033
e-mail: president@president.gov.il
Z.E. de heer Harry KNEY-TAL
Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur
Buitenhof 47
2513 AH DEN HAAG
fax: 070-376.0555
e-mail: ambassade@israel.nl
Ehud Barak
Deputy Prime Minister and Minister of Defense
Ministry of Defence
37 Kaplan Street
Hakirya
TEL AVIV
61909 ISRAEL
fax: +972 3 691 6940, +972 3 696 2757;
e-mail: minister@mod.gov.il
Ambassador Mr. Michiel den Hond
Royal Netherlands Embassy
PO Box 1967
Ramat Gan 52118
ISRAËL
fax: (972) (0) 3 75 40 748
e-mail: nlgovtel@012.net.il
Achtergrondinformatie.
Israël is een land én een volk. De wortels van het joodse volk hebben een reikwijdte van zo’n 35 eeuwen.
Israël is een land van immigranten. Sinds de oprichting van de Staat Israël in 1948 is de bevolking vervijfvoudigd. Haar ruim 7 miljoen inwoners bestaat uit een mozaïek van mensen met verschillende etnische achtergronden, levensstijlen, religies, culturen en tradities. De bevolking bestaat uit 76,2% joden en 23,8% niet-joden waarvan de meeste van Arabische afkomst zijn.
Ongeveer 92% van de inwoners wonen in zo’n 200 stedelijke centra, soms op oude historische plekken.
De officiële talen van het land zijn Hebreeuws en Arabisch. De Bijbelse taal Hebreeuws was lange tijd beperkt tot liturgie en literatuur maar leefde een eeuw geleden op.
In de 19e eeuw ontstond er onder seculiere Joden van Oost-Europa een ideologie, zionisme genaamd, die streefde naar het stichten van een nationale Joodse staat. Het zionisme was een antwoord op de antisemitische vervolgingen én een antwoord op de angst voor het verdwijnen van de Joodse cultuur doordat onder invloed van de verlichting steeds meer Joden wilden assimileren.
De landstreek Palestina kwam in aanmerking omdat dit de geboorteplek was van het Jodendom.
Tegen het einde van de WO I en met de capitulatie van het Ottomaanse Rijk geeft de Britse overheid steun in de Balfour-verklaring voor de stichting van een Joods nationaal tehuis in Palestina.
Na het Ottomaanse Rijk vestigen de Britten hun gezag in Palestina. De Joodse immigratie naar Palestina neemt in de periode 1919-1923 toe: 35.000 Joden vestigen zich in het gebied.
Na een aantal bloedige aanvallen op Joodse nederzettingen wordt met toestemming van de Britten de paramilitaire Hagana opgericht om Joden tegen Arabisch geweld te beschermen. Zij vormt de basis van het latere Israëlische leger.
In 1947 stemt de VN in met het Britse plan voor de opdeling van het mandaatgebied Palestina in twee delen. De Joodse leiding accepteert de VN-verdeling, de Palestijnse leiding niet en onmiddellijk breekt er een oorlog uit tussen Joden en Arabieren. Een groot deel van de Arabische bevolking vlucht voor het geweld of wordt verdreven.
Daags voor het einde van het Britse mandaat roept het Joods Agentschap op 14 mei 1948 de staat Israël uit. Direct hierna is de Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948 (Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog) een feit. Na de wapenstilstand in 1949 heeft Israël een gebied in handen dat 22% groter is dan het gebied dat oorspronkelijk aan de Joodse staat is toegekend. Honderdduizenden Arabieren vluchten of vertrekken hierop naar de Westelijke Jordaanoever, Gazastrook en Libanon, waar zij in vluchtelingenkampen terechtkomen. Uit veel landen in het Midden-Oosten vluchten veel Joden naar Israël vanwege de dreigende toespraken van o.a. Egyptische en Iraakse leiders én vanwege grote Israëlische druk op hen om zich in de nieuwe Joodse staat te vestigen. De Arabieren spreken van Al-Nakba (de Ramp).
Op 11 december 1948 werd door de VN bepaald dat de Palestijnse vluchtelingen die in vrede met hun buren willen leven het recht hebben om terug te keren naar hun huizen. De Arabische landen wijzen de resolutie af; Israël stemt in, maar voert de resolutie niet uit omdat er feitelijk nog sprake is van een staat van oorlog tussen Israël en haar buurlanden. De terugkeer van driekwart miljoen verdreven Palestijnen wordt sindsdien door Israël verhinderd.
Israël heeft een vrij jonge bevolking met een gemiddelde leeftijd van 28 jaar.
In de jaren 1990-2005 immigreerden 1.002.400 mensen naar Israël, waarvan 908.400 uit de voormalige Sovjet-Unie. Uit Ethiopië immigreerden tot 2005: 94.700 immigranten naar Israël, waarvan sinds 1990: 49.700.
Sociale situatie
Het sociale voorzieningensysteem voorziet beschermt arbeiders, biedt gemeenschapsdiensten aan, met inbegrip van zorg voor de ouderen, steun aan één oudergezinnen, programma’s voor kinderen en jeugd, en voorziet in voorkoming en behandeling van alcohol- en drugsverslaving. Alle permanente bewoners kunnen gebruik maken van voorzieningen zoals werkloosheidsuitkering, oudedagspensioenen, slachtofferuitkering, toelagen, kinderbijslag, etc.
HDI
Israël staat op de 23e plaats van de HDI van de totaal 177 landen, na Duitsland op plaats 22.
Israël behoort tot de 70 hoogst ontwikkelde landen. Nederland staat op de 9e plaats.
ACTIE VOOR ZEVEN LEDEN VAN DE BAH’I GEMEENSCHAP IN IRAN
Uiteenzetting van de zaak.
De zes leiders van de godsdienstige beweging Baha’i zijn thuis gearresteerd en worden op een onbekende plaats, afgezonderd, vastgehouden. Zij hebben geen toegang tot een advocaat of tot hun families. In de officiële rechtvaardiging voor de arrestaties worden ‘veiligheidsredenen’ opgegeven. Deze redenen hebben alles in zich van een willekeurige maatregel om opnieuw de leden van de Baha’i gemeenschap te intimideren door hun leiders gevangen te nemen.
Volgens de hoofdvertegenwoordigster van de internationale Baha’i gemeenschap bij de VN, mw. Bani Dugal, zijn de zes mensen die op 14 mei 2008 werden gearresteerd, zoals duizenden andere Baha’i sinds 1979 vermoord, gevangengenomen of op één of andere manier onderdrukt, alleen omwille van hun geloof vervolgd.
Het beste bewijs hiervan is dat Baha’is vaak wordt beloofd dat zij vrijkomen als ze afstand doen van hun geloof en moslim worden.
In mei 2006, werden 54 Baha’is gearresteerd toen zij deelnamen aan een onderwijsprogramma voor arme kinderen in Shiraz, een stad in zuidelijk Iran.
U kunt onderstaande brief schrijven:
ACAT NETHERLANDS
Action of Christians for the Abolition of Torture and capital punishment.
His Excellency Mahmoud Ahmadinejad
President of the Islamic Republic of Iran
The Presidency
Palestine Avenue, Azerbaijan Intersection
TÉHÉRAN
REPUBLIQUE ISLAMIQUE D’IRAN
……-08-08.
Your Excellency,
As a member of ACAT Netherlands I am writing to you to express my utmost concern regarding the fate of seven members of the Baha’i community who are currently in prison. I was informed about their arrest and detention by the International Federation of Actions by Christians for the Abolition of Torture (FIACAT).
Mrs. Fariba Kamalabadi Taefi, Mr. Jamaloddin Khanjani, Mr. Afif Naeimi, Mr. Saeid Rezaie, Mr. Behrouz Tavakkoli and Mr. Vahid Tizfahm were arrested in Tehran on 14 May 2008, by agents of the Ministry of Intelligence.
They are members of the national coordinating group of Baha’i in Iran, an informal body that was formed with the knowledge of the government to assist the 300.000-member Baha’i community in the country.
The acting secretary for the group, Mrs. Mahvash Sabet was arrested in Mashhad on 5 March 2008 and is reportedly still detained.
I urge the authorities of the Islamic Republic of Iran:
* to communicate the place of detention of those seven persons;
* the exact charges brought against them and the date of their trial.
* I call for their immediate and unconditional release if no charge is brought against
them;
* if, as it seems, they are held solely on account of their religious beliefs, they should
be considered as prisoners of conscience whose detention is illegal.
I wish to remind Your Excellency that the right to a fair trial, including public hearings, the prohibition of discrimination based on religious beliefs, and the right to freedom of religion, are all enshrined in the International Covenant on Civil and Political Rights (ICCPR), that has been ratified by Iran.
I thank you for considering my appeal.
Yours sincerely and respectfully,
name: signature:
address:
Vertaling van de brief.
Als lid van ACAT Nederland schrijf ik u om uiting te geven aan mijn ernstige bezorgdheid over het lot van zeven leden van de Baha’i gemeenschap die nog steeds in de gevangenis verblijven.
Ik ben over hun arrestatie en gevangenhouding geïnformeerd door de Internationale Federatie van Acties door Christenen tegen de Afschaffing van Martelen (FIACAT).
Mw. Fariba Kamalabadi Taefi, dhr. Jamaloddin Khanjani, dhr. Afif Naeimi, dhr. Saeid Rezaie, dhr. Behrouz Tavakkoli en dhr. Vahid Tizfahm werden op 14 mei 2008 gearresteerd in Teheran, door agenten van het ministerie van inlichtingen.
Zij zijn leden van de nationale coördinatie groep van Baha’i in Iran, een informele instantie die met kennis van de overheid werd gevormd om de 300.000 leden van Baha’i bij te staan.
Mw. Mahvash Sabet, waarnemend secretaris van de groep, werd op 5 maart 2008 gearresteerd en wordt nog steeds vastgehouden.
Ik verzoek de autoriteiten van de Republiek Iran:
* de plaats van de gevangenhouding mee te delen;
* de exacte beschuldigingen tegen hen en de datum van hun gerechtelijk onderzoek
bekend te maken;
* om hen onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrij te laten indien er geen
beschulidigingen tegen hen bestaan;
* als blijkt dat zij alleen worden vastgehouden op basis van hun religieuze geloof, zij
als gewetensgevangenen worden beschouwd van wie de gevangenhouding illegaal is;
Ik wil uwe excellentie eraan herinneren dat het recht op een eerlijk gerechtelijk onderzoek, met inbegrip van openbare hoorzittingen, het verbod op onderscheid gebaseerd op religie en het recht op vrijheid van godsdienst, zijn vastgelegd in de Internationale Overeenkomst op Burgerlijke en Politieke Rechten (ICCPR), die door Iran is bekrachtigd.
Ik dank u voor uw voor uw aandacht voor deze oproep.
U kunt een kopie sturen aan:
Het faxnummer van de president:
fax : + 98 21 6 649 5880
Dhr. Radinck J. van Vollenhoven
Ambassador of the Netherlands
Royal Netherlands Embassy
Sharzad Bouvelard
Kamasaie street
First East Lane 33
DARROUS
TEHRAN
ISLAMIC REPUBLIC IRAN
fax: +98 21 2256 0214
e-mail: teh-ca@minbuza.nl
Ambassadeur van de Islamitische Republiek Iran
Dhr. Bozorgmehr ZIARAN
Duinweg 20
2585 JX DEN HAAG
fax: 070-3503224
e-mail: info@iranembassy.nl
Achtergrondinformatie.
Iran is 47 keer groter dan Nederland en heeft bijna 66 miljoen inwoners.
President Ahmadinejad werd in 2005 gekozen. De officiële taal is Perzisch (Farsi).
De overgrote meerderheid is (Sji’itisch) moslim, Christenen en Baha’i vormen
ieder 0,5 %.
Na de dood van Ayatollah Khomeini verflauwde het revolutionaire elan in Iran langzaamaan. Een groot deel van de bevolking heeft de Islamitische Revolutie niet bewust meegemaakt.
De wens naar veranderingen kwam een eerste keer tot uiting toen in mei 1997 een naar Iranese begrippen relatief gematigde kandidaat Khatami tot president werd gekozen. Deze wens werd opnieuw benadrukt toen president Khatami in juni 2001 met 77% van de stemmen voor een tweede termijn van 4 jaar werd herkozen. Ook de parlementsverkiezingen van februari 2000 hebben een ruime overwinning voor de hervormingsgezinden opgeleverd.
Bij de verkiezingen in februari 2004 werden ± 2500 kandidaten uitgesloten van deelname door de (niet-verkozen) Raad van Hoeders. Een zware tegenslag voor het hervormingsproces.
De nieuwe Abadgaran is een samenwerkingsverband van verenigingen en partijen die ijveren voor de religieuze en egalitaire idealen van de Iraanse revolutie. De verkiezing van president Ahmadinejad vertegenwoordigt de grote politieke doorbraak van deze beweging.
Mensenrechten
De mensenrechtensituatie in Iran verslechtert en het maatschappelijk middenveld wordt onderdrukt De EU en Iran verschillen van mening over kwesties als terrorisme, massavernietigingswapens, het Midden- Oosten vredesproces (MOVP) en mensenrechten. Het Iraanse beleid staat volgens de EU op gespannen voet met internationale normen. De Raad van de Europese Unie heeft diverse keren zijn zorgen over het Iraanse beleid geuit.
in vergelijking met andere landen in de regio een goed ontwikkelde particuliere sector, die voornamelijk bestaat uit het midden- en kleinbedrijf.
President Ahmadinejad heeft na zijn verkiezing ingezet op een economisch herstel van het land en meer banen.
Sociale situatie
De werkloosheid is een groot economisch en sociaal probleem in Iran. Officieel zijn er ±11 %, maar in werkelijkheid zijn er 25% werklozen. Ieder jaar treedt een kleine miljoen nieuwe mensen toe tot de arbeidsmarkt en met name onder de jongeren (de gemiddelde leeftijd bedraagt 24,8 jaar) is de werkloosheid groot. Zij roepen om een beter toekomstperspectief.
Buitenlandse investeringen blijven op een laag niveau steken, ondermeer vanwege de slechte wetgeving hieromtrent en vanwege de Amerikaanse sancties tegen bedrijven.
Nederland heeft geen ontwikkelingssamenwerking met Iran.
Er bestaan geen intensieve culturele betrekkingen tussen Nederland en Iran, maar er vinden diverse uitwisselingen tussen Nederlandse en Iranese kunstenaars en kunstmanifestaties plaats.
Godsdienst Baha’i
De godsdienst Baha’i werd ± 150 jaar geleden in Iran gesticht, is over de hele wereld verspreid. De aanhangers werden al vervolgd onder het regime van de sjah, maar sinds de Islamitische revolutie in Iran,1979, lijden de leden van Baha’i de gemeenschap aan systematische onderdrukking. Hun godsdienst wordt niet erkend door de Iranese grondwet en zij zijn slachtoffers van discriminerende wetten die hen het vrij uitoefenen van hun godsdienst belemmeren.
Zij hebben niet dezelfde rechten op onderwijs, werkgelegenheid, welzijnstoelagen, pensioenen, zoals andere Iranese burgers.
Sinds de verkiezing van de huidige president zijn tientallen Baha’is gearresteerd wegens hun godsdienst ondanks hun loyaliteit aan de Iranese staat.
Momenteel telt Baha’i meer dan 300.000 aanhangers. Enige betrokkenheid van acties tegen de overheid gaat in tegen hun godsdienst, die gebaseerd is op geweldloosheid, onpartijdigheid en op eerbied voor de wet.
Ondanks de voortdurende aanvallen op hen door de autoriteiten, heeft de meerderheid van Baha’is besloten om in Iran te blijven. De meeste jonge Baha’is worden na hun studie in het buitenland gedwongen terug te keren naar hun land om bij te dragen aan de ontwikkeling van het land.
HDI
Iran staat op de 94e plaats van de van de totaal 177 landen.
Noem mij geen vreemdeling (2)
Noem mij geen vreemdeling,
want ik zoek contact
omdat ik je taal niet versta.
Noem mij geen vreemdeling,
want ik wil met je samen zijn
omdat ik eenzaam ben.
Noem mij geen vreemdeling,
want ik wil me thuis voelen
omdat mijn huis ver weg is.
Noem mij geen vreemdeling,
de kleur van mijn paspoort is anders,
maar niet de kleur van mijn bloed.
Noem mij geen vreemdeling,
want mijn taal is wel anders,
maar niet mijn gevoelens.
Noem mij geen vreemdeling,
want ik werk in jouw land
en ons zweet is hetzelfde.
Noem mij geen vreemdeling,
want ik ben je vriend
al ken je me nog niet.
Noem mij geen vreemdeling,
we bidden wel anders,
maar onze God is dezelfde.
Noem mij geen vreemdeling,
ja, ik ben een migrant,
maar onze God is dat ook.
Europa
Uit: Geef ons heden ons dagelijks brood,
Bidden met de armen.
Jan Brock


Download als pdf