ACAT Nederland

Mensenrechtenvereniging van Christenen voor de Afschaffing van Martelen en de Doodstraf

13 oktober 2004

Woorden van Waarde

Artikelen

Gij zult niet doden door mevrouw Bep Tijssen

Mij is gevraagd wat gedachten op papier te zetten rondom het thema: Doodstraf en levensbeschouwing. Als redactielid van ACAT-Nederland (Internationale Actie van Christenen voor de Afschaffing van Martelen en de Doodstraf en, sinds kort ook opgenomen in het mandaat, Kinde­rmishandeling), voldoe ik graag aan dit verzoek. De motieven voor ons absolute ‘nee tegen de doodstraf’ staan in de tekst genummerd tussen haakjes.

Straf krijgen

Straf krijgen is, op zijn zachtst gezegd, nooit leuk. Dat was vroeger als kind op school al zo. Straf moet ‘verdiend’ zijn een soort boete voor een vergrijp, welk dan ook. Wil een straf moreel verantwoord zijn, dan moet ze in een redelijke verhouding staan tot wat misdaan werd. Straf kan alleen maar gegeven worden door een daartoe wettig gemachtigd mens, instituut of regering. Dit zijn essentiële uitgangspunten met betrekking tot iedere straf, ook de doodstraf.

Passen we deze criteria toe op de doodstraf, dan doemen er al direct een aantal kapitale vragen op.

- Kan de doodstraf echt ‘verdiend’ worden; wanneer en waarvoor dan?

- Bestaat er een mens of een overheid die wezenlijk macht bezit over dood en leven te kunnen en mogen beschikken?

- Betekent ‘redelijk en verantwoord straffen’: de dader hetzelfde lot doen ondergaan als het slachtoffer werd aangedaan?

- Hanteert men daarbij dan de, door de eeuwen heen verkeerd begrepen stelling: ‘Oog om oog, tand om tand, nu uitgebreid met ‘dood om dood’?

- Is dat dan de betekenis van ‘strafrecht’?

- Erkent men dat er ook ‘recht’ gedaan moet worden aan de dader?

- En de cruciale vraag: heeft ook de dader, als menselijk wezen, niet het onvervreemdbaar recht op leven?

In de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948) staat uitdrukkelijk vermeld (art. 3): “Eenieder heeft het recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon.” Nergens in deze verklaring wordt gesproken over het recht van de overheid om te doden. Evenmin treffen we iets dergelijks aan in de Internationale Verklaring inzake Burger- en Politieke Rechten (1966), noch in het Verdrag voor de Rechten van het Kind (1989), extreme gevallen zoals noodzake­lijke zelfverdediging en oorlog uitgesloten, maar zelfs dan nog …

De christelijke kerken en de doodstraf

De christelijke kerken, die het gebod ‘Gij zult niet doden’ altijd als vanzelfsprekend hebben beschouwd en gepreekt, tonen in hun eeuwen­lange praktijk echter een heel ander gezicht. Hoewel het evangelie, lei­draad van alle christelijke kerken, de doodstraf als zodanig niet noemt, ademt dit levensgeschrift een abso­luut – positieve houding ten opzichte van de waarde van het menselijk leven, waarvoor elke bestaande wet­geving of gewoonterecht moet wijken. Denk bijvoorbeeld aan de vrijspraak van de overspelige vrouw (Joh. 8, 2 – 11); aan de genezing van de man met de verlamde hand op de sabbat (Mark. 3, 1 – 6). Zo zijn er voorbeelden te over. Binnen het Romeinse cultuurmilieu van de eerste eeuwen van het christendom werd aanvankelijk christen en militair zijn als onver­enigbaar beschouwd, zoals Jehova­getuigen dat nu nog doen. Toen echter het christendom officiële staatsgodsdienst werd, ontstond geleidelijk een andere houding ten opzichte van de doodstraf. De kerk liet de straffende verantwoordelijk­heid over aan het staatsgezag en hield daarbij ‘haar eigen handen schoon’. En altijd was er wet een Schrifttekst te vinden die een bepaald strafrecht sanctioneert, zoals bijvoorbeeld ‘Het bloed van degene die menselijk bloed heeft vergoten, moet zelf vergoten worden’ (Gen. 9, 6). Hierop beroepen de Mormonen in Noord-Amerika zich nog steeds. Zij willen de doodstraf, waar ze niet tegen zijn, uitgevoerd zien door een vuurpeloton, dus niet door gas, injectie, elektrische stoel of ophanging, waarbij geen bloed vloeit(!). De grootste invloed, die vele eeuwen heeft getrotseerd en nog steeds nasuddert, is de uitspraak van Paulus: ‘Laat ieder zich aan de officiële overheid onderwerpen, want er is geen gezag dat niet van God komt. Wie zich tegen het gezag verzet, verzet zich tegen Gods verordening. ( … ) De overheid draagt niet voor niets het zwaard: dit is een instrument van God om de mis­dadigers te straffen’ (Rom. 13, 1 – 4).

In het Zuid-Afrika van de apartheid is dit met liefde gehanteerd. En wat te denken van de houding van de orthodoxe kerken in communis­tische of moslimgebieden? Eerlijk­heidshalve moet hierbij gezegd worden dat het meer om de knikkers ging dan om het spel: ze moesten zelf zien te overleven. Een weinig principiële houding weliswaar, maar gezien de omstandigheden, misschien begrijpelijk?

Kerk en staat

Binnen het samengaan van kerk en staat zien we hoe een religieuze rechtvaardiging ontstaat met betrekking tot het rechtsgedrag van de publieke overheid. In de loop van de geschiedenis heeft dit tot gruwelijke excessen geleid. Toen in de Middel­eeuwen de paus zowel kerkelijk als wereldlijk vorst was, ontstond een kerkpolitiek strafrecht, waarbij op ‘misstappen’ tegen de kerk (ketterij en afvalligheid bijvoorbeeld) een staatsrechtelijke (dood)straf stond. Ketters werden dan niet ‘over­geleverd’ aan de wereldlijke rechter maar ‘overgelaten’: … Voor ons ondenkbaar: verbranding van de Katharen, heksenjacht, Inquisitie, jodenvervolging. Paus Innicentius III dwong in 1208 de Waldenzen, die zich moedig tegen de doodstraf ondertekenen waarin de legitimiteit van de doodstraf, uitgevoerd door het burgerlijk gezag, werd erkend. De Hervorming brengt hierin geen verandering. De Augsburgse Con­fessie zegt in art. 16 dat aan de ‘profane orde’ de taak toe komt zich uit te spreken inzake veroordeling, overeenkomstig de bestaande rechtsregeling.

Ook toen her en der nationale staten met een absolute monarchie ontstonden, werd scheiding tussen politiek en godsdienst niet door­gevoerd. Tot aan de vorige eeuw hebben verschillende christelijke koninkrijken een bovenmatig ge­bruik gemaakt van de doodstraf, steunend op Paulus’ (tijd- en cultuurgebonden) uitspraak. De doodstraf, dikwijls gepaard met verfijnde wreedheden, – men kon immers het ‘aanranden van Gods Majesteit’ niet zwaar genoeg straffen -, werd vaak publiekelijk uitgevoerd, met de bedoeling angst en afschuw in te boezemen voor zo’n dood en dus ook voor zo’n misstap die zo’n dood ‘verdiende’. Veelal bleek het volk echter verzot op zo’n schouwspel, waarbij ook de roep om ‘wraak’ luidkeels te horen was. We zien dat ook nu nog gebeuren in sommige ontwikkelings­landen. Het misdaadpercentage werd er echter niet lager door. Dit is ook voor onze tijd een bewezen feit (1).

De roep tegen de doodstraf

In de 18e eeuw ontstond in intellectuele kringen, binnen de zogenaamde Verlichting, de beweging voor de afschaffing van de doodstraf. De kerken wilden daar part noch deel aan hebben. De geest van de Verlichting werd immers hoofdzakelijk gedragen door atheïsten, met Voltaire en Rousseau als grote voorvechters. Toen, mede tengevolge van deze verlichte ideeën, scheiding van kerk en staat geleide­lijk werd doorgevoerd, hadden de kerken geen (in)directe verantwoor­delijkheid meer voor de toepassing van de doodstraf. Door de invloed van protestantse theologen als Karel Bath en Emil Brumer en door de invloed van het Tweede Vaticaanse Concilie (1962-1965), ontstond een evolutie in het denken over de doodstraf. Het word nu, ook binnen het politieke denken en de juridi­sche wetenschap, niet meer als vanzelfsprekend beschouwd dat een menselijk wezen of instelling de macht zou hebben iemand van het leven te beroven. Alle mensen zijn fundamenteel gelijk (en met ‘de een beetje meer gelijk dan de ander’) (2). De doodstraf wordt nu ook een maatschappelijk vraagstuk. De eer­ste duidelijke uitspraken tegen de doodstraf binnen de kerken komen van nationale bisschoppenconfe­renties, gevoelig als die (horen te) zijn voor de maatschappelijke problemen in hun land. Het voor­naamste motief daarvoor: eerbied voor de mens als schepsel Gods (3). ‘God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem: man en vrouw schiep hij hen. En God zegene hen …’ (Gen. 1, 27).

In 1977 publiceerde de Osservatore Romano (het Vaticaanse dagblad) een studie van P. G. Goncetti, waarin onder de titel: ‘Kan de doodstraf nog als rechtvaardiging beschouwd wor­den?’ ondermeer gesteld wordt: ‘De gemeenschap moet de schuldige de mogelijkheid geven zijn misstap uit te boeten, zijn verkeerde daad te herstellen (4). De dood lijkt daarvoor niet de beste oplossing, integendeel de slechtste. Bovendien heeft men het recht niet deze straf op te leggen en is hij onmenswaardig’ (5).

Hoe kon erkenning van de dood­straf zo lang voortbestaan?

Hoe hebben christenen zolang kun­nen denken dat de doodstraf, zon­der inbreuk op het evangelie, kon worden uitgevoerd? Hoe is het mogelijk dat zoveel christenen de doodstraf nog steeds aanvaarden? In Noord-Amerika, zo christelijk (en zo materialistisch), is slechts ± 15% van de bevolking tegen de doodstraf (!) En in Nederland?

Tot in het midden van de 19e eeuw werd, ook binnen de christelijke traditie, het menselijk leven vooral als ‘voorbijgaand’ gezien, als voor­portaal voor het hiernamaals, de hemel. Dán kwam pas het echte leven. We zien deze houding nog in fundamentalistische kerken en sek­ten, vaak ook nog in een persoon­lijke conventionele levenshouding, met alle gevolgen van dien. Het maatschappelijk bestaan was des­tijds een risico, gekenmerkt door veelvuldig sterven: hoge kindersterfte, epidemieën, regelmatige oorlogen. De gemiddelde levensduur was de helft van de onze nu. Dit bracht een zeker fatalisme met zich mee ten opzichte van de dood. Het verlies van het fysieke lichaam was slechts een ‘relatief kwaad’. In dit licht beschouwd, werd ook de doodstraf als niet zo relevant beoordeeld.

Toen na de scheiding van kerk en staat en de secularisatie van het gezag, opstand en misdaad niet meer gezien kon worden als een directe aanslag op Gods Majesteit, vertegenwoordigd in het kerkelijk gezag, verviel daarmee ook de ‘heilige’ plicht en macht dit gezag­-ten-dode uit te oefenen.

Toch meent een groot aantal rege­ringen nog steeds over leven en dood van haar burgers te mogen beschikken, nu doorgaans op poli­tieke motieven. Dat dit in flagrante strijd is met het recht van ieder individueel mens op leven en een aanslag op zijn intrinsieke waardig­heid (5), telt dan minder zwaar. Waar men in communaal verband leeft, misschien nog enigszins begrijpelijk. Maar zeker niet en nooit te accepteren daar waar de individuele mens, als drager van een unieke eigenheid, mogelijkheid en verantwoordelijk­heid, de kern van ieder menselijk samenzijn vormt (6). De praktijk van de doodstraf is bovendien levens­gevaarlijk, zoals blijkt uit de trieste ‘rechts’-historie in de Verenigde Staten waar sinds 1920 tientallen mensen door een foutieve rechts­gang onschuldig en wreed de dood zijn ingejaagd (7). Het is juist in onze tijd die de indivi­duele mens weer in ere herstelt, (helaas niet zonder excessen), jammer en onbegrijpelijk dat de Katholieke Kerk in haar nieuwe Catechismus (1992) zich met abso­luut uitspreekt tegen de doodstraf (art. 1266). Toch heeft paus Pius XII (1876-1958) de kerk er al meerdere malen op gewezen, dat het doel van een strafpraktijk voor alles zou moeten zijn: de mogelijkheid tot inkeer en morele genezing van de dader, wat door de doodstraf onmo­gelijk wordt gemaakt. Paus Johannes Paulus II pleit voor clementie en vergeving voor ter-dood-veroordeel­den, vooral voor diegenen die om politieke redenen veroordeeld zijn. Desondanks is het de kerkelijke mening, dat in zeer extreme gevallen de doodstraf soms geoorloofd zou kunnen zijn: veel voorzichtige woor­den maar geen onomwonden: nee! lets wat de Wereldraad van Kerken in 1990 wel deed. ACAT wijst de doodstraf, voor welke misdaad dan ook, absoluut af en getuigt daarvan waar mogelijk. Doodstraf is moord, op geen enkele wijze ooit te rechtvaardigen.

‘GIJ ZULT NIET DODEN!’

Dit artikel werd eerder geplaatst in Raakvlak, een nieuwsbrief van Amnesty International over levensbeschouwing en mensenrechten.

ACAT Nederland

Tintlaan 84

2719 Al Zoetermeer

tel. 079-3610315

e-mail: info@acat.nl

Doe mee aan de urgente actie per e-mail

Als u zich inschrijft ontvangt u voor elke nieuwe Urgente Actie een email bericht. Als u aan de Urgente Actie wilt deelnemen klikt u op de link in de e-mail en wij verzorgen dan het versturen van uw gepersonaliseerde brief naar de betreffende instanties. U hoeft dus verder niets te doen.


privacy statement