Het bestuur van ACAT Nederland heeft zich gebogen over haar werkterrein bij uitstek: het verbod op martelen. Sinds 2001 is er sprake van pogingen het absolute verbod op martelen open te breken. Als argument wordt de nationale veiligheid gebruikt die door terroristische groepen in gevaar wordt gebracht.
Het internationale verbod op martelen is onaantastbaar, of ‘unbedingt’ (onvoorwaardelijk) zoals Duitsers het noemen. Het is een zeer beschermd recht, dat op 10 december 1984 is vastgelegd in het VN verdrag tegen Martelen en Wrede behandeling. In art. 2 staat dat martelen onder geen enkele omstandigheid toegestaan is, ook niet onder het oorlogsrecht.
In 1996 publiceerde de Duitse jurist Winfried Brugger “Vom unbedingten Verbot der Folter zum bedingten Recht auf Folter”. Hij vraagt hierin een beperking op het martelverbod, met het argument dat de veiligheid van mensen afwijken van dit verbod kan toestaan. Hij geeft een voorbeeld: Een verdachte terrorist die mogelijk over de informatie van een aanslag beschikt, wordt gearresteerd en onder hoge druk gedwongen om te spreken, om zodoende nog tijdig te kunnen ingrijpen. De Staat heeft de informatie nodig om mensenlevens te redden. Maar . . . . martelt de beul dan niet iemand die niets met de aanslag te maken heeft? Is het mogelijk om legaal handelen te definiëren? De Amerikaanse president Bush delegeert de behandeling van verdachten aan de CIA. Bereikt hij op deze wijze legaliteit?
Is het juist dat het recht van verdachten gewogen moet worden met rechten van slachtoffers? Is martelen dan de enige weg om tot rechtvaardigheid te komen?
In 1999 schrijft Gunther Jakobs, professor in crimineel recht, dat er onderscheid gemaakt moet worden tussen burgers en vijanden van de wet. Ben je geen fatsoenlijk burger, dan verspeel je je grondrechten.
Maar hoe verhoudt zich dit standpunt met de visie dat iedere wereldburger bij zijn geboorte de mensenrechten meekrijgt?
Het probleem van de straffeloosheid van martelpraktijken verdient onze bijzondere aandacht.
De Amerikanen weigeren het Internationale Strafhof in Den Haag te erkennen en proberen met bilaterale overeenkomsten het hof te kortwieken en particuliere ondernemingen met speciale veiligheidsdiensten worden ingeschakeld om het vuile
werk op te knappen.
In Amerikaanse kringen van militairen en politici wordt als het om oorlog of gebruik van geweld gaat eufemistisch gesproken. Doden onder de burgers zijn ‘collateral damage’. Marteling en mishandeling vallen onder ‘stressbestendigheid’ en een ‘harde aanpak’. In juli 2004 sprak Kofi Annan zijn bezorgdheid hierover uit. Eufemismen kunnen niet gehanteerd worden om legale verplichtingen te ontwijken. Martelen is evenmin toegestaan als we er een andere naam aan geven.
Toen Prof. Theo van Boven nog VN rapporteur inzake martelingen was betoogde hij al dat de civil society, de burgermaatschappij, een belangrijke rol spelen in voorkomen en uitschakelen van martelen, ofwel als de burger martelen toestaat of onverschillig is over het gebruik, dan zal het ook gebruikt worden. De Amerikaanse historicus Edward Peters verklaart dat het niet de gevangenbewaarders zijn de martelingen toestaan, maar de burgers in de samenleving.
De verschrikkingen van de Abu Grahib zijn diep vernederend geweest voor de moslimslachtoffers. De naaktheid, de hondenhalsband en de vrouwelijke bewaarder erbij; dieper kun je ze niet kwetsen. Martelen is niet alleen fysiek pijnigen, maar ook vernederen, krenken en kwetsen en zo de zielen te breken. Legitimeert deze behandeling het verkrijgen van informatie om veel misdadigheid te voorkomen?
Bij het martelen is het de bedoeling dat verdachten gaan bekennen om van de druk af te zijn. Echter de kwaliteit van de informatie is dan onbetrouwbaar (Schiedamse parkmoord).
We trekken het breder en constateren de roep om de doodstraf. Als je de doodstraf accepteert, dan accepteer je ook het martelen. Je ontmenselijkt jezelf als je anderen die ontmenselijking – de doodstraf – toestaat. Vanuit de eigen trots en de eigen waardigheid zou je moeten ageren. Van Boven noemde het The greater Good; bescherm de maatschappij tegen de enkelingen. Maar hoe kun je nog beschermen?
De Franse revolutie is baanbrekend geweest voor onze huidige westerse samenleving. Door de trilogie van vrijheid, gelijkheid en broederschap ontstond inzicht in de gelaagdheid van de samenleving. Vrijheid staat voor vrije ontwikkeling van het individu, gelijkheid voor wettelijke bescherming, en broederschap voor de economische onderlinge gebondenheid (individuele onvrijheid). De driegeleding in de maatschappij hangt direct samen met de driegeleding van de mens zelf; hoofd, hart en handen. Op grond van dit gedachtegoed kunnen wij Kerk (vrijheidsgebied) en Staat (gelijkheidsgebied) scheiden.
Met eigen woorden brengen wij nog een keer de betekenis van de Civil society ter sprake.
De individuele ontwikkeling staat altijd in wisselwerking met de leefgemeenschap. Dit is een universeel beginsel. De eigen ontwikkeling is werken aan jouw band met God. Spreek je er zo over met moslims, dan is ook voor hen de individuele ontwikkelingweg aanvaardbaar. Martelen betekent de schending van de ontwikkelingsgang van de medemens. Daarom is martelen uit den boze, ook al gebeurt het in ‘lichte’ mate.
Wim Petersen,16 mei 2006
JAARVERGADERING ZATERDAG 17 MAART 2007
Het thema van deze dag is artikel 5 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens:
‘Niemand zal onderworpen worden aan folteringen, noch aan een wrede, onmenselijke behandeling of onterende behandeling of bestraffing’.
Wij stellen ons daarbij de vraag: ‘Wat doet martelen met een mens en hoe kan daar hulp bij geboden worden?’
VERBOD OM TE MARTELEN ONDER DRUK
DE UITDAGINGEN VAN VANDAAG
Het principe van het universele verbod op martelen staat zwaar onder druk. Hoe moeten we hierop reageren? Ter gelegenheid van het regionale seminarie van FIACAT te Brugge op 16 september 2006 vroeg Eric Prokosch zich af welke mogelijke acties ondernomen kunnen worden in het kader van de strijd tegen het terrorisme.
De grote bedreiging komt vanuit de VS.
Na de aanslagen van 11 september 2001 heeft een groep hoge
ambtenaren van de Amerikaanse regering moeten besluiten om
gebruik te maken van marteling, zonder het echter zo te
noemen, als wapen in de oorlog tegen het terrorisme.
Parallel aan dit teruggrijpen op marteling, zijn maatregelen
genomen om gevangenen op geheime plaatsen vast te houden,
hen in samenwerking met de geheime diensten, van het ene
land naar het andere land te verplaatsen vooral naar die landen
waar gebruik wordt gemaakt van martelmethoden.
Er zijn juridische constructies verzonnen, die ondervragingstechnieken die echt wel onder de definitie van marteling vallen uitsluiten; of categorieën van gevangenen vallen hierdoor buiten de reikwijdte van de internationale verdragen, die, marteling en slechte behandeling uitsluiten. Er zijn maatregelen genomen die iedere juridische beroepsmogelijkheid voor de slachtoffers van martelen en van hun families uitsluiten. Te elfder ure is, toevallig of opzettelijk, het idee dat marteling in bepaalde gevallen noodzakelijk en verantwoord kan blijken te zijn op het Amerikaanse continent gaan circuleren. Direct na 11 september bevestigden artikelen van intellectuelen en Amerikaanse commentatoren dat martelen vanuit ethisch perspectief soms gerechtvaardigd is in het kader van de ‘oorlog tegen het terrorisme’ en dat het in bepaalde gevallen gelegaliseerd zou moeten worden.
Het gevolg is dat de Europeanen, die hiertegen zijn en doorgaan met het aan de kaak stellen van martelen worden beschouwd als naïef en geen begrip hebben voor de situatie waarin de Amerikanen zich bevinden. Ineens ontstaat er een debat over de legalisering van marteling zonder enig daaraan voorafgaand debat.
LATEN WE HET GEHEEL NOG EENS BEKIJKEN EN DE ONTWIKKELINGEN PLAATSEN IN EEN HISTORISCH PERSPECTIEF.
De laatste dertig jaren heeft een belangrijke beweging waarvan FIACAT en andere organisaties onderdeel uitmaken gewerkt op nationaal en internationaal niveau om het martelen te bestrijden. In deze periode zijn autoriteiten van sommige landen als gevolg van conflicten of politieke spanningen begonnen met het martelen van tegenstanders van hun regime: ‘terroristen’ of andere personen.
Net als in de VS ging het begin van het martelen gepaard met clandestiene maatregelen die ten doel hadden marteling te laten plaatsvinden en iedere verantwoordelijkheid principieel te
verhinderen; met een verzwakking van de rechtsgeldigheid, door het supprimeren van juridische steun, en met het verschijnen van ideologieën die marteling en andere vormen van wreedheid rechtvaardigden als de doctrine van ‘nationale veiligheid’, die vooral populair was tijdens de dictaturen in Latijns Amerika in de jaren zeventig van de vorige eeuw.
In de context van ‘dit syndroom van de introductie van het martelen’ schokt de afzwakking van de wetsregels de beschermers die tegen marteling zijn en ze zijn ook verontwaardigd dat de preventieve maatregelen die onze beweging voorstaat, nu zoveel moeite krijgen om ten uitvoer gebracht te worden. Er worden ideologische argumenten gebruikt opdat de publieke opinie de schendingen van de
overheid en de anti marteling pogingen verwerpt van degene die ze verspreiden.
Onze beweging tegen het martelen heeft in het verleden al vaak geantwoord op dit soort situaties . Echter, de campagne van de regering Bush ten gunste van marteling krijgt veel grotere dimensies.
De poging om de bescherming die deel uitmaakt van de internationale wetgeving ondermijnt de fundamenten zelf van deze wet die het kader vormt van de beweging tegen marteling.
Als de VS er in slagen onder het internationale verbod tegen martelen uit te komen, zullen ook andere staten proberen dat voorbeeld te volgen. De allianties met de regiems die gebruik maken van martelmethoden ondermijnen op een verschrikkelijke manier de morele druk die tot doel heeft deze activiteiten te stoppen.
Bovendien verzwakken de pogingen om marteling te rechtvaardigen de aversie van het publiek tegen het martelen, waarop onze beweging rust. Zij draaien onze positie om en
plaatsen ons in de defensieve hoek. Vroeger konden we martelen aanklagen als een onbetwistbaar kwaad. Nu worden onze eisen gezien als tekenen van zwakte.
Algemeen beschouwd vormen de acties van de regering Bush een van de belangrijkste uitdagingen voor de bescherming van de rechten van de mens op internationaal niveau sinds de Tweede Wereld Oorlog.
HOE MOETEN WE MET DIT ALLES OMGAAN?
Wij moeten de martelpraktijken, de maatregelen die genomen zijn om haar in praktijk te brengen en de gewraakte ideologie die hier achter zit blijven bestrijden. Wij moeten ons engageren om over deze problematiek na te denken en actie en nóg eens actie er tegen te ondernemen.
REFLECTIE.
Ieder van ons (ieder individu en iedere organisatie) moet zijn eigen overtuigingen opnieuw onder de loep nemen. Waarom zijn we tegen het martelen? Waarom willen we er een eind aan maken? Staan onze overtuigingen nog in verhouding tot de problemen van de wereld van vandaag? Draagt ons werk bij aan het oplossen van de problemen? Hoe kunnen we ons werk duidelijker uitleggen in het licht van de nieuwe situatie?
Wij moeten analyseren wat de verdedigers van het martelen benadrukken en we moeten de juiste woorden vinden om op een overtuigende manier hun argumenten te bestrijden, door vooral het accent te leggen op de ‘ticking bomb’ (tijdbom).
Laten we ons voorstellen dat een persoon onder marteling informatie geeft die ons in staat stelt een imminente dodelijke actie te verijdelen. Moet deze persoon dan wel gemarteld worden? Wat vinden we daarvan?
Hoe geven we antwoord op die vragen als we er met onze buren en vrienden over discuteren?
ACTIES GELIEERD AAN DE “OORLOG TEGEN HET TERRORISME”
Deze periode van reflectie en zelfondervraging moet leiden tot een vernieuwing van onze energie. Dan moeten we het middel vinden onze pogingen beter te concentreren om de uitdagingen van het moment helderder te krijgen. Wat zijn onze prioriteiten? Hoe focussen we onze acties op die prioriteiten?
We moeten druk uitoefenen op de Amerikaanse overheid,
opdat ze afziet van het gebruik van ‘dwangmatige methoden’
van ondervraging en van iedere wetgeving die dat toestaat. De
geheime detentieplaatsen en de buitengewone overdrachten
moeten direct stoppen. Aan alle gevangengenomen personen
door de Amerikanen moeten de juridische rechten en
procedures toegekend worden in overeenstemming met de
internationale rechtsorde zoals die beschreven staan in de
verklaring van de Rechten van de Mens.
De Amerikaanse autoriteiten moeten de aanbevelingen van de Rechten van de Mens van de VN, van het comité van de VN tegen het martelen en van de NGO’s die tegen marteling en mishandeling zijn, toepassen.
Hier in Europa wachten speciale taken voor ons. Wij moeten erop toezien dat onze overheden zich verzetten tegen de campagne van de Amerikanen ten voordele van het martelen. Wij moeten van hen eisen dat ze absoluut niet met de Amerikanen mee zullen gaan. Wij moeten druk uitoefenen op onze regeringen opdat zij minutieus en onpartijdig onderzoek doen naar de beweringen van samenspanningen met de
illegale praktijken en daarop druk uitoefenen opdat de aanbevelingen van de Europese commissie en het Europese parlement worden toegepast. De parlementaire enquêtes op nationaal niveau moeten ondersteund worden als ook de enquêtes die door particuliere initiatieven worden ondernomen.
Wij moeten druk op onze overheden uitoefenen opdat ze publiekelijk aangeven tegen de pogingen van de regering Bush te zijn die de fundamenten van de internationale rechtsorde rond het onderwerp marteling wil ondermijnen.
EEN ANDERE ACTIE IN DE HELE WERELD
Wij moeten, parallel met onze actie die gelieerd is aan de ‘oorlog tegen het terrorisme’ doorgaan met onze inspanningen een einde te maken aan iedere vorm van marteling en mishandeling. Wij moeten blijven opkomen voor een humane behandeling van gevangenen, voor de verbetering van de omstandigheden in gevangenissen, voor de afschaffing van wrede sancties, die inhumaan en mensonterend zijn.
In Europa moeten we er alles aandoen dat de uitstekende ‘Verkenningen voor het beleid van de Europese Unie ten opzichte van andere landen voor wat betreft wrede mishandeling’ (richtlijnen van de EU ter bestrijding van marteling) worden toegepast. Het subcomité van de Rechten van de Mens in het Europese parlement moet op het einde van het jaar bij elkaar komen om hierover te discussiëren. Onze Europese organisaties moeten het maximum doen om er voor te zorgen dat de landen die tot die subcomités behoren aan deze vergadering deelnemen en druk uitoefenen op de toepassing van effectieve maatregelen.
De uitdaging is enorm maar onmisbaar voor de Rechten van de Mens en het respect voor de mensheid. Laten we de uitdaging serieus nemen, laten we kijken wat er gedaan moet worden en laten we zo gauw mogelijk aan het werk gaan!
Uit: ‘Courrier de l’Acat’ nr. 269, november 2006
Vertaling Johan Naron
UIT MIJN DAGBOEK: WOENSDAG, 25 OKTOBER 2006

Laatste foto met Greg, genomen op 25 oktober 2006
At last I say: Thank-you!
God Bless Mom and Dad
For now I’m with Jesus
There’s no need to be sad
God Bless
I love you all
Hij is dood.
Zonder ons aan te kijken, zijn ogen open en gericht op het plafond. Doodverklaard om zestien minuten over negen ’s avonds.
’s Morgens een goed bezoek gehad, samen met Caterina, Gregs beste vriendin uit Italië en hoofd van zijn Italiaanse verdedigingscomité. Greg is vrolijk. Halverwege het bezoek worden Gregs bezittingen binnengebracht: vier grote volle zakken. De drie zakken met boeken zijn gisteren al door ons meegenomen. Greg legt ons uit wat er allemaal in de zakken zit. De radio gaat hem het meest aan het hart, het is zijn kostbaarste bezit geweest gedurende de afgelopen zestien jaar dat hij op deathrow zat.
Als het bijna 12 uur is en tijd om afscheid te nemen, vraag ik Greg om mijn vader en moeder te groeten als hij in de hemel is. Hij laat me niet uitspreken, wil geen vaarwel zeggen. Om sterk te blijven, ontkennen we de mogelijkheid dat hij geëxecuteerd zal worden. Dus kussen we het glas, zeggen we dat we van hem houden en worden door twee bewaaksters meegenomen naar de uitgang.
Lopend naar de deur, kijken we achterom, in de hoop dat Greg zich heeft omgedraaid voor een laatste groet, maar we zien alleen zijn rug.
Om 10 voor 4 gaat de telefoon. We zetten de speaker aan zodat we hem alle drie kunnen horen en met hem kunnen spreken. We doen alle vier alsof dit een heel gewoon telefoongesprek is. We maken grappen en lachen. Lachen om niet te hoeven huilen. God, wat doen we ons best om sterk te zijn! Om kwart over 4 hangt Greg op.
“MAARTJE!!!” Van heel ver weg hoor ik Ivo roepen. Ik doe mijn ogen open en kijk in de steenkoude gezichten van twee bewakers, een man en een vrouw. Het is half 9. Wég dromen, wég plannen. Bewakers in deze ruimte betekent dat alle moties zijn afgewezen. Betekent dat de executie doorgaat. De band om mijn borst knelt, mijn hart gaat als een razende tekeer. Nee God, nee, alstublieft, néé!!! We pakken elkaars hand vast en lopen gedrieën achter de functionarissen aan.
Aan het eind weer een deur. Iemand opent hem en laat ons voorgaan. Op nog geen VIJF meter van ons ligt Greg! Mijn adem stokt en ik voel dat ik ga hyperventileren. De Oxazepam moet bijna uitgewerkt zijn.
We lopen de drie passen naar het glas, drukken onze handen er stevig tegen aan. Zonder het glas zouden we Greg kunnen aanraken. Hij ligt daar, wij zien hem van de zijkant, zijn hoofd links, zijn voeten rechts, zijn armen naar links en rechts uitgestrekt, als Jezus aan het kruis, een infuus in beide handen. Blijkbaar hebben ze eerst de aderen aan de binnenkant van zijn elleboog geprobeerd, want daar zit een verband. Arme Greg. Hij klaagde altijd al dat ze daar zo moeilijk bloed konden tappen. Uiteindelijk hebben ze dus de vaten in zijn handen gebruikt, die nu in enorme wanten zitten, het lijken wel bokshandschoenen. Een laken bedekt zijn lichaam tot aan zijn hals. Ik kijk naar zijn borst. Zo te zien is hij vrij rustig, maar hoe moet hij zich gevoeld hebben tijdens al de voorbereidingen, tijdens het vastgespen van de zes riemen,
tijdens het proberen een vat te vinden voor het vergif? Was hij in paniek of eigenlijk opgelucht dat het nu eindelijk ging gebeuren? We zullen het nooit weten.
Hij kijkt naar het plafond, waar een grote lamp op hem gericht is en waar een microfoon hangt tot vlak boven zijn mond.
De tranen zijn oh zo dichtbij. Maar we moeten flink zijn, ‘hen’ niet gunnen ons verdriet te zien. Greg kan ons niet horen, wij horen wel wat er binnen gezegd wordt. Een deur links gaat open en weer dicht. Blijkbaar het sein dat er niets meer in de weg staat om Greg te vermoorden. De Warden, die achter Gregs hoofd staat, vraagt of Greg een laatste statement wil maken. We horen hem ‘nee’ zeggen.
De TDCJ-chaplain heeft zijn hand op Gregs been. De Warden knikt. Met open ogen gaat Greg de dood tegemoet. Geen laatste blik, geen ‘dag’. We begrijpen het. Hij is flink voor ons, wij zijn het voor hem. Hopelijk doet de sodium thiopental zijn werk en zal Greg snel wegglijden en niet voelen dat de pancuronium bromide zijn longen zal laten klappen. Wij zien en horen dat gebeuren wanneer de ‘lucht-snurk’ uit zijn neus en mond komt. We waren hiervoor gewaarschuwd, maar schrikken toch. Nu is er zeker geen weg meer terug.
We zeggen Greg in gedachten gedag, en terwijl de potassium chloride door zijn aderen gaat en zijn hart stopzet, wensen we hem een goede reis. We huilen, maar heel zacht. Wat een waardigheid van Greg, en van ons!
De dokter komt binnen. Kijkt in Gregs ogen, voelt zijn hals, luistert naar zijn hart en verklaart Greg dood om 21:16 uur. Hij slaat het laken over Gregs hoofd. Het is gebeurd. Gevangene 999010 is dood, nummer 22 van dit jaar. Een onschuldig man is ‘legaal’ vermoord.
Het is bijna half 10. We lopen naar de demonstratieplek om eventuele demonstranten te bedanken. De plek is leeg, iedereen is weg. Wat voelen we ons eenzaam. Niemand van het advocatenteam dat Greg heeft geholpen, geen wachtenden. Alleen wij drieën, alleen op een eiland.
We waren voorbereid dat hij precies zo zou worden binnengebracht als dat hij de executieruimte had verlaten. Dat klopt. Op een soort plank, op een brancard op wielen, ligt hij. Het laken tot op zijn borst. Zijn handen in de rand van zijn broek om te voorkomen dat ze van de brancard af zullen vallen. Gelukkig wel zonder ‘bokshandschoenen’. Enorme paarse vlekken van het vergif in zijn gezicht, vooral
aan de rechterkant omdat de dokter zijn hoofd naar rechts heeft gedraaid om de dood in Gregs ogen te kunnen zien. Zijn linkeroog ietsje open. Een heel vage glimlach rond zijn mond, alsof hij iets gezien heeft vlak voor zijn sterven dat wij niet konden zien. Hopelijk waren het zijn ouders die hem welkom heetten.
Voor het eerst kunnen we hem aanraken, hij is nog een beetje warm. Zijn haar is zo zacht, zijn huid ruw. Hier kunnen we even huilen. We mogen zo lang blijven als we willen. Nemen wat foto’s om onszelf later te overtuigen dat hij écht dood is.
Op maandagmorgen, 30 oktober, nemen we voor het laatst afscheid van Greg. De volgende keer dat we met hem zullen zijn is in Ciscane, 15 kilometer van Pisa, waar de burgemeester en Gregs correspondentievriendin Maria, Greg een laatste rustplaats hebben aangeboden. Een plek waar hij wél welkom is, en ver weg van Texas, waar ze hem nooit een eerlijk proces hebben gegeven en hem hebben vermoord voor iets dat hij niet gedaan heeft.
Dag lieve Greg…. sorry dat we er niet in geslaagd zijn je onschuld te bewijzen middels een eerlijk proces. Het ‘systeem’ bleek ook voor ons te sterk. We hadden zo gehoopt…
Maartje Kok-de Bruijn; Amsterdam, 1 november 2006.

Het graf van Greg in Ciscane waar hij op zaterdag 2 december 2006 werd begraven.
Meer foto’s zijn te vinden op de website: www.sfsonline.cjb.net
DE DOODSTRAF IN DE VS.
DE OPINIE VERANDERT GELEIDELIJK
Een recente antimisdaadwet in Texas stelt dat de misdadiger zijn slachtoffer 24 uur van tevoren dient te waarschuwen, mondeling of schriftelijk, en dat de misdaad daarbij duidelijk omschreven dient te worden.
Bij het opstellen van deze wet is niet met alle mogelijke
scenario’s rekening gehouden. Het is een publiek geheim dat criminelen zich doorgaans niet aan de wet houden (Thesaurus: criminal: someone who has committed (or been legally convicted of a crime). Andere criminelen zijn niet goed voorbereid (b.v. de plegers van een crime passionnel); ontoerekeningsvatbaar door een geestelijke stoornis of andere oorzaak of simpelweg niet op de hoogte van de laatste wetten.
De Texanen hebben nog een ander effectief afschrikmiddel: de doodstraf. Nochtans zitten er 414 onverschrokken veroordeelden in de dodencel in Texas. De staat voerde 355 executies uit sinds 1976.
Tegenstanders vragen zich af in hoeverre de doodstraf als afschrikmiddel werkelijk effectief is. Er is nog nooit aangetoond, dat een wetsysteem met doodstraf effectiever is dan zonder de doodstraf. Ook zijn er mensen die zich afvragen of het moreel correct is om te doden en of de straf rechtvaardig wordt toegepast in alle lagen van de bevolking. Zij brengen naar voren dat 42% van de veroordeelden Afro-Amerikaans is, terwijl zij maar slechts 12 % van de bevolking uitmaken. De onomkeerbaarheid van de doodstraf heeft eveneens een debat op gang gebracht.
Amendement VIII van de Grondwet van de VS is een onderdeel van de Bill of Rights. Het artikel verbiedt o.a. het gebruik van wrede of ongebruikelijke straffen. In 1878 werd op basis van deze wet vierendelen, verbranding, opensnijden en ontweien verboden in de uitspraak Wilkerson vs. Utah. Ook het wegnemen van het burgerschap van een persoon die in de VS geboren is was volgens de rechtbank in Trop vs. Dulles een ongebruikelijke straf en dus verboden.
De doodstraf is echter niet verboden in 38 staten van de 50 in de Verenigde Staten. Onmenselijke methodes zoals vroeger worden niet meer toegepast, zoals verbranding, verplettering, radbraken, verhongering of doodknuppelen.
Elektrocutie, vergassing, ophanging, een vuurpeloton of een dodelijke injectie mag wel. De laatste methode wordt recentelijk het meest gebruikt, maar in Nebraska is elektrocutie nog steeds vereist. Old Sparky, zoals de elektrische stoel ook wel werd genoemd was de meest favoriete manier om de doodstraf te voltrekken in de 20e eeuw. Na een discussie over de wreedheid ervan werd de injectie de belangrijkste methode. Ongeacht de manier van de voltrekking van de executie heeft de veroordeelde recht op een laatste maaltijd (naar keuze) en een religieuze dienst.
Het verschilt per staat waarvoor de doodstraf wordt opgelegd. Sinds 1964 zijn er geen mensen meer geëxecuteerd voor andere veroordelingen dan moord of terrorisme.
In 1994 werd door president Clinton de mogelijkheid voor het opleggen van de doodstraf sterk uitgebreid. Sinds die tijd is het aantal executies verdrievoudigd. Dit is
opmerkelijk, omdat tussen 1967 en 1976 de doodstraf was verboden na een aantal rechtspraken van het Federale Gerechtshof. In de zaak Furman vs. Georgia in 1972 besliste de rechtbank dat de toepassing van de doodstraf tegen de grondwet was, omdat hij viel onder ‘wrede of ongebruikelijke straffen’ die volgens het achtste amendement verboden waren.
In 1977 had Gary Gilmore (1940-1977) de discutabele eer om na een ander vonnis van een hoog gerechtshof weer als eerste in aanmerking te komen voor uitvoering van zijn vonnis door middel van een vuurpeloton in Utah. Op 17 januari 1977 werd hij door vijf mensen beschoten (waarvan één met een losse flodder) vanaf 6 meter afstand van de stoel waarop hij zat vastgebonden. Hij was de één na laatste veroordeelde in Utah die door een vuurpeloton om het leven kwam. Begin 2004 werd deze executiemethode in Utah afgeschaft. Gary had de autoriteiten zelf verzocht af te zien van elke mogelijkheid om de doodstraf in een gevangenisstraf om te zetten. Hij had zelf gekozen voor het vuurpeloton als executiemethode. Hem was als alternatief ophanging aangeboden.
In ‘The executioners song’ van de Amerikaanse schrijver Norman Wailer wordt Gary’s levensloop uitgebreid beschreven. Hij beschrijft daarin dat op de dag van de executie Gary in de auto wordt vervoerd naar de plaats van de executie. De autoradio speelt ‘Una Paloma Blanca’ (red.: een witte duif) van de George Baker Selection. Op Gary’s verzoek schakelde de chauffeur de radio niet uit met de woorden ‘No one can take my freedom away’. Het boek is verfilmd met Tommy Lee Jones in de hoofdrol. Gary’s broer Mikal, die popjournalist was voor Rolling Stone, schreef een indringend verslag over de ontwrichtte familie Gilmore: ‘A shot in the heart’.
De Amerikaanse overheid wil de executies opdrijven door de beroepsmogelijkheden te beperken. Soms stellen beroepsprocedures de executie wel tot vijftien jaar uit. Tegenstanders maken zich hier ernstig zorgen over en vrezen dat het beperken van de beroepsmogelijkheden ertoe zal leiden dat onschuldige mensen ter dood gebracht zullen worden.
Sinds 1973 zijn113 personen uit de dodencel vrijgelaten nadat bleek dat zij ten onrechte tot de doodstraf werden veroordeeld. In 23 zaken in de twintigste eeuw kwam deze conclusie te laat en waren de onschuldige mensen al geëxecuteerd.
In januari 2004 is Amnesty International begonnen met een internationale campagne tegen de doodstraf bij minderjarigen: de campagne ‘Stop Child Executions Now‘. In maart 2005 heeft het Amerikaanse Hooggerechtshof geoordeeld dat de doodstraf voor minderjarigen ongrondwettig is.
Deze uitspraak had ten gevolge dat alle staten in de VS nu formeel de doodstraf af moesten wijzen voor jonge mensen die een misdaad begingen toen ze jonger dan 18 jaar waren. Dat was een behoorlijke omslag, want de VS voerden meer executies uit op minderjarigen dan alle andere landen samen. Het was tot voor kort ook het enige land dat zich openlijk uitsprak vóór de doodstraf voor minderjarige delinquenten.
De beslissing van het Amerikaanse Hooggerechtshof om de doodstraf voor minderjarige daders te verbieden redde het leven van meer dan 70 jongeren die in hun dodencel aan het wachten waren op hun executie.
Amnesty International pleit ook voor een lichtere straf voor honderden geesteszieken die in de Verenigde Staten zijn veroordeeld. Volgens een in januari jl. verschenen rapport lijden tien procent van de 3.400 mensen die op dat moment in de VS in de dodencel zaten aan aandoeningen als schizofrenie, hersenletsel en posttraumatische stress stoornis.
Alhoewel het Amerikaanse hooggerechtshof in 1986 het terechtstellen van geesteszieken verbood, gebeurt dit in veel staten nog steeds. Amnesty stelt in haar rapport dat in sommige gevallen gevangenen worden gedwongen hun medicijnen te nemen om te verbergen dat ze geestesziek zijn.
Volgens A.I. komt het ook wel voor dat geesteszieken wordt toegestaan hun eigen verdediging te voeren. Amnesty vindt de doodstraf gepolitiseerd dat praktisch geen politicus meer zijn nek uit durft te steken om zich er hard tegen te maken. Veel
politici wedijveren volgens haar om wie het hardst optreedt tegen misdadigers.
Over het argument dat politici niks kunnen doen, omdat iedere staat nu eenmaal zijn eigen wetgeving kent zegt Amnesty in haar rapport over de mensenrechten in de VS van 1998 het volgende: ‘De geschiedenis van de VS wemelt van de mensenrechtenschendingen die op brede plaatselijke steun konden rekenen- slavernij, lynching en rassenscheiding inbegrepen- maar die werden afgeschaft zodra de federale overheid de moed opbracht om universele wettelijke en morele normen af te dwingen.’
Opmerkelijk is dat Bill Clinton als ‘progressieve gouverneur’ van Arkansas bekend stond, maar toch vlak voor de verkiezingen in april weigerde een ter dood veroordeelde gratie te verlenen. Om te bewijzen dat hij niet soft crime was, zoals
door tegenstanders gesuggereerd was, onderbrak hij zijn verkiezingstournee om een executie bij te wonen.
De veroordeelde was Ricky Ray Rector, zwart en geestelijk gehandicapt. Hij had zo weinig benul van zijn lot dat hij het toetje van zijn galgenmaal liet staat ‘voor later’.
In oktober 2005 bleek uit een onderzoek van Gallup dat 64% van de inwoners van de Verenigde Staten voorstander is van de doodstraf. Dat is de laagste score in 27 jaar.
Er is een discussie op gang gekomen over de praktijk van de doodstraf, niet eens zozeer over de doodstraf op zichzelf, maar over de vraag of de Amerikaanse rechtsgang wel eerlijk en doeltreffend is. Met het oog daarop is nu aan ter dood veroordeelde gevangenen het recht toegekend om alsnog hun onschuld te bewijzen door DNA-onderzoek te laten uitvoeren.
Een aantal ter dood veroordeelden is inmiddels vrijgelaten omdat uit dat onderzoek is gebleken dat zij onschuldig zijn.
In 2003 verleende de Republikeinse gouverneur Ryan van de staat in Iowa vlak voor zijn pensioen alle gevangenen op de death row gratie. Volgens hem was de doodstraf ‘even grillig en arbitrair als een blikseminslag’.
Recentelijk heeft de Senaat van Illinois een voorstel aangenomen, waarmee de doodstraf uit de wetgeving wordt gehaald.
In Texas, waar voor de meeste executies worden getekend, gelooft 69% van de bevolking dat de staat onschuldige mensen heeft geëxecuteerd.
Sinds juni dit jaar mogen ter dood veroordeelden hun executiemethode aanvechten.
Onlangs gaven twee ter dood veroordeelden aan liever op de elektrische stoel te sterven dan door een dodelijke injectie.
In juli stierf Darryl Keith Holton in Tennessee als eerste Amerikaan sinds twee jaar op de elektrische stoel. Op eigen verzoek. Volgens zijn advocaat kwam hij tot deze keuze omdat hij bang was voor de extreme pijn die een dodelijke injectiespuit met zich mee zou brengen.
LIJDEN DOOR DODELIJKE INJECTIE
Volgens de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch stelt de dodelijke injectie de gevangenen bloot aan onnodige en verschrikkelijke pijn. Het effect van kaliumchloride leidt tot heftige spierkrampen, een gevoel van verstikking en een branderig gevoel en is zo pijnlijk dat veeartsen het gebruik ervan vermijden, of op zijn minst wachten tot het dier volledig buiten bewustzijn is. De dodelijke injectie wordt niet toegediend door medisch geschoold personeel, aangezien de ethische beroepscode van artsen en verpleegkundigen dat verbiedt.
Vaak lukt het prikken van een infuus niet bij veroordeelden die jarenlang verslaafd zijn geweest, omdat de aders dan moeilijk te prikken zijn. Uit onderzoek is gebleken dat bij 21 van de 49 onderzochte gevallen de veroordeelde waarschijnlijk nog bij bewustzijn was, hetgeen ze door spierverslappers echter niet konden aangeven. Een aantal veroordeelden reageerde zeer heftig op de giftige stoffen. Robyn Lee Parks hapte in 1992 bijna bijna tien minuten naar adem voor hij stierf. In veel staten zijn executies door middel van dodelijke injecties uitgesteld omdat zij extreme pijn zouden veroorzaken. In april jl. werd in North Carolina voor het eerst een man geëxecuteerd met behulp van een speciaal apparaat dat moest verzekeren dat de man geen onnodige pijn leed. Het ging om de 61- jarige Willie Brown. Een arts en verpleegkundige keken tijdens de procedure naar een monitor waarop zijn hersengolven te zien waren om te verzekeren dat hij voor de verlammende injectie en het middel dat zijn hart zou doen stoppen buiten bewustzijn was.
Mr. drs. Yvonne Floor, freelance journalist


Download als pdf