Door dr. A.W.Velema, krijgsmachtpredikant
Het zal ons allemaal wel eens zijn overkomen, dat de vraag klinkt: ‘Dat Oude Testament, wat een gewelddadig boek is dat. Hoe kunt u geloven in een God die beveelt dat talloze mensen gedood worden en grote gebieden etnisch gezuiverd?’ Soms wordt daar dan aan toegevoegd dat het Nieuwe Testament veel barmhartiger zou zijn.
In de loop van de kerkgeschiedenis zijn er zeer serieuze pogingen ondernomen om de beide testamenten tegen elkaar uit te spelen. Afgezien van de vraag of het Nieuwe Testament zo geweldloos is (denk aan de beelden uit de Openbaring aan Johannes of de kruisdood van Jezus), een tegenstelling tussen de testamenten levert grote problemen op. De God van de Bijbel is één in al zijn wegen en werken en niet gescheiden of opgesplitst danwel een God ‘in ontwikkeling’ die als woestijngod begint en als barmhartige albeheerser eindigt. Dat neemt niet weg dat er heel veel geweld in de Bijbel voorkomt.
In deze bijdrage wil ik daar graag op ingaan.
Wat zeggen de ‘geweldsverhalen’ ons over God? Ik ga in op drie interessante interpretaties (er zijn er natuurlijk veel meer). De Australische theoloog Graham Ogden schreef een artikel onder de titel ‘ Divinely-Sanctioned(?) Violence’[1]. Vervolgens vraag ik aandacht voor een beknopte studie van Noort.[2] Dit deel van mijn verhaal sluit ik af met een impressie van een recent boek van Smelik.[3]
In het tweede deel luisteren we naar de stem van mensen die geweld hebben meegemaakt. Wij horen in de Bijbel namelijk ook hoe mensen op het geweld dat over hen kwam, reageren.
Ik sluit af met enige overwegingen.
Interpretaties
OGDEN
Ogden zet zijn verhaal in met de fundamentele vraag wat wij aanmoeten met de gewelddadige passages in het Oude Testament. Immers wanneer wij de Bijbel zien als het Woord van God kunnen we er niet omheen ook de etnocentrische en xenofobische passages ertoe behoren.
Na een korte rondgang langs enige teksten, te weten, Deuteronomium 7, Jozua 8 en Richteren 11 komt hij tot de conclusie dat geweld wordt gesanctioneerd omdat Israël het volk van het verbond is en dat elke vermenging met de kanaanitische religies streng verboden wordt. Ook al behoren al deze teksten tot de zogeheten ‘ Deuteronomische Geschiedenis’ (DG) dat eerst in de zevende eeuw voor Christus werd samengesteld, en dus veel later is dan de beschreven tijd, niettemin staan de teksten in de Bijbel.
Ogden verdedigt de stelling dat de DG een specifieke theologische traditie vertegenwoordigt, die zich kenmerkt door het verbond van God met zijn volk. Dat verbond is uniek en sluit een nauwe betrekking met andere volken uit. Maar zijn er ook andere tradities te ontdekken die een ander beeld van God bemiddelen?
Natuurlijk zijn die tradities er. Ogden plaatst het verbond uit DG tegen de achtergrond van het verbond dat God sluit met Noach, dat weer voorafgaat aan het verbond met Abraham. Dat verbond met Noach sluit al wat leeft in. Zo gezien kan Israël geen relatie met God claimen die andere volken uitsluit, aangezien God met al wat leeft zijn verbond sloot. Ook andere tradities in de Bijbel geven veel voorbeelden van Gods heilzame bemoeienis met de wereld der volkeren. Kortom, de geweldsteksten representeren Israëls confessie en we kunnen vragen of hier geen sprake is van een ‘een verkeerd begrijpen van God’s wil, want het is in strijd met God’s relatie met al zijn schepselen?’
Deze opvatting is rigoureus. Ogden gaat aan heel veel voorbij, zijn oplossing is te simpel, maar zijn vraag doet ertoe.
NOORT
Heel anders gaat Noort te werk. Ook hij geeft een fraai overzicht van de vele pogingen tot een verklaring. Vervolgens geeft hij aan dat binnen het OT ten aanzien van de ‘oorlogen des Heren’ een ontwikkeling te zien is. In Richteren komt JHWH als een krijgsman zijn volk te hulp. In Sam. strijdt David tegen Goliat met de Naam van de HEER der heerscharen. En in een jonge tekst als Kronieken is de rol van de mens in het gewapend conflict die van een gelovige zanger. Bij profeten als Micha komen we het beeld tegen dat het doel van de strijdende Heer is de vernietiging van de strijdmiddelen en daarmee van de strijd.
Ook Noort geeft aan dat de teksten veel later geschreven zijn dan de tijd die ze beschrijven. Vanuit de ballingschap blikt men terug en interpreteert de geschiedenis. Zo komen de verhalen in een ander dan een louter historisch kader te staan. Zij verkondigen dat God het land schonk, maar ook dat door eigen onrecht de ballingschap een feit werd.
De grote kloof tussen historische werkelijkheid en latere theorie geeft niet de vrijheid om de geweldsteksten aan de fantasie van de schrijvers toe te dichten. De teksten geven een beeld van een God die er zich niet voor schaamt een letterlijk tijdgebonden God te zijn.
Deze benadering is veelzeggend en nauwgezet. Met name de gedachte van een ontwikkeling is de moeite waard. Dat in die ontwikkeling mensen hun beelden veranderen is helder, niettemin blijft de vraag naar God ook hier overeind.
SMELIK
Ook hij neemt zijn uitgangspunt in de ballingschap en vergelijkt bovendien de verhalen met de oud-oosterse oorlogsideologieën. Dat maakt het spannend omdat de verschillen duidelijk worden. De teksten zijn dan ook niet door overwinnaars geschreven maar door slachtoffers. Daarom in de Bijbel geen verheerlijking van het geweld maar nadruk op gerechtigheid. Van belang zijn een paar uitgangspunten.
Allereerst is daar de verkiezing van Israël om te getuigen van Gods verkiezende liefde en dat ten overstaan van de volken.
En in nauwe samenhang daarmee is er de strijd tegen de afgoden.
Smelik geeft met talloze voorbeelden aan dat er geweld is dat destructief werkt en daardoor kwaad is en geweld dat bevrijdend wordt ingezet.
Er is dus geen alternatief, de teksten horen er helemaal bij. Zij wijzen erop dat God een persoonlijke God is met alle emoties die daarbij horen.
Hier wordt een pleidooi gehouden voor een dynamisch beeld van God.
De stem van slachtoffers en overlevenden
In dit deel vraag ik aandacht voor psalm 80. Hier horen wij een reflectie vanuit de tijd na de ballingschap. De smartelijke gevolgen van oorlog en geweld zijn met handen te tasten. Eerst de tekst in de vertaling van Gerhard en Van der Zeijde.
UIT: GEBED OM HERSTEL VOOR ISRAËL
15 God der hemelse scharen, o keer toch,
Zie neer uit de hemel, aanschouw het:
Hergeef hem uw zorg, deze wijnstok,
16 De loot die uw rechterhand plantte,
De zoon die gij sterkte verleend hebt;
17 Die hem wilden verbranden als afval
Vergaan door uw dreigend gelaat.
18 Zij uw hand over deze uw gunsteling,
Het geslacht dat gij sterkte verleend hebt:
19 En nooit dwalen wij meer van u af.
Doe ons lèven- aanroepen uw naam.
20 Heer der hemelse scharen,
breng gij ons de keer:
In het licht van uw aanschijn bevrijding!
In dit deel van het vers is sprake van een aanroeping van de HEER der heerscharen, waarin gevraagd wordt om ‘herstel’, dan wel ‘terugkeer’. We kunnen de uitdrukking ‘Herstel ons’ evengoed vertalen met ‘laat ons terugkeren’.
Die dubbelheid geeft exact aan waarom het gaat in de psalm.
Herstel vraagt om een terugkeer naar de bron van waaruit het leven gevierd en geleefd wordt.
Het perspectief heet in dit keervers, ‘opdat wij verlost worden’, dan wel ‘en wij zijn bevrijd! ‘
Beide vertalingen geven aan dat deze God in het oplichten van zijn aangezicht bevrijdend optreedt.
Ik verwijs naar deze psalm omdat het gebed om herstel een fundamentele notie is wanneer de bijbelteksten over het verwerken van geweld spreken. Mensen vragen om een genadig aanschijn opdat zij verder kunnen. Deze notie van de inkeer en de boete is uniek in het oude oosten en helpt ons om tot slot enige gedachten te formuleren ten aanzien van de relatie tussen God en mens als het gaat om de zogeheten ‘geweldsteksten’.
Van groot belang is de overtuiging die in de teksten van het Oude en Nieuwe Testament opklinkt dat God in zijn almacht en wijsheid de wereld leidt en bestuurt. Ik hecht zelf erg aan deze grondovertuiging. Door de verwarring van de mensen heen regeert God onze wereld. Dit is een geloofsovertuiging en juist die overtuiging doet de slachtoffers Gods regering erkennen, maar is evenzeer een bron van intense vragen en groot verdriet, ´hoelang nog HEER?´
Tot slot de vraag van het begin. Welk beeld van God bemiddelen de teksten? Er zijn een paar opvallende momenten. Allereerst blijkt God partij te kiezen, te oordelen en gericht te houden. En dat alles met een volledige inzet, dus uiterst dynamisch. Vervolgens de tegenovergestelde kant. God laat de geschiedenis ook geschieden, in die zin dat Hij niet ingrijpt, kwaad op zijn beloop laat met alle gevolgen van dien.
Het is goed om te wijzen op het eschatologisch moment in het Godsbeeld. De woorden van de profeten met het visioen van het rijk waar de oorlog niet meer geleerd wordt en de gestalte van Jezus Christus in zijn kruis, opstanding en intercessio bij de Vader, helpen ons om in deze ´nog niet verloste´ wereld te doen wat ons te doen staat. Ook wanneer wij soldaten uitzenden om tussen strijdende partijen te staan om een glimp van vrede en recht te bewerken.
INTERVIEW.
Onderstaand interview is voor radio 1 uitgezonden op 23-06-07. Wim Petersen, bestuurslid van ACAT NEDERLAND nam eraan deel evenals dhr.van der Staay, kamerlid voor de SGP.
Bij de uitvoering van de doodstraf van Saddam Hussein komt de vraag naar boven: we zijn in Nederland principieel tegen de doodstraf, maar is de doodstraf in dit geval wel toelaatbaar?
Wim P. handhaaft het standpunt van ACAT: ACAT is tegen het uitvoeren van de doodstraf, omdat het de meest ultieme denkbare mensenrechtenschending is. Bovendien omdat wij op het standpunt staan dat dìt niet de bedoeling kan zijn van Christus in zijn Nieuwe Testament.
De opmerking dat in het Oude Testament teksten als ‘oog om oog, tand om tand’, ‘wiens bloed je vergiet, diens bloed zal worden vergoten’, voorkomen en er in de bijbel gesproken wordt over het zwaard van de overheid, roept de vraag op: hoe kijkt ACAT daar tegen aan?
Wim P. van ACAT is de mening toegedaan dat het zwaard van de overheid het goede overeind moet houden. Je kunt het zwaard niet hanteren om iemand het leven te benemen.
Op de vraag hoe het kon dat in de loop van de geschiedenis de kerk wel lang vóór de doodstraf is geweest reageert Wim: omdat er sprake is geweest van kerk en staat die een geheel vormden. Maar sinds de verlichting, de scheiding van kerk en staat, is men anders gaan denken over de mensenrechten en over de vrijheid van de individuele mens. De individuele mens heeft de kans gekregen om zich te ontwikkelen, zich teweer te stellen tegen absolute macht van de politiek en van de vorstenhuizen; in dat opzicht is het zover gekomen dat we nu vanuit de kerken en ook vanuit de katholieke kerk een verbod hebben op de doodstraf. Nu ligt er een officiële uitspraak van de Wereldraad en ook van de Katholieke Kerk tegen de doodstraf. Kortgeleden is de afschaffing van de doodstraf in de Filippijnen bevestigd. Paus Johannes Paulus II heeft hiervoor altijd geijverd en daarom was 7 juni 2007 zo’n heuglijke dag.
De SGP is voor de doodstraf. Dhr. Van der Staay kan zich in het geval van Saddam Hussein, als bewezen wordt wat hem allemaal ten laste wordt gelegd en als hij verantwoordelijk is voor het op zo’n enorme schaal verspreiden van dood en verderf: aanval op de Koerdische gebieden, bloedbaden in dorpen, zich goed voorstellen dat de doodstraf daar een passende straf voor is.
De interviewer vraagt hem hoe het kan dat hij als overtuigd christen wel voor de doodstraf is. Leest hij de bijbel anders?
Dhr. van der Staay zegt inderdaad de bijbel te zijn blijven lezen op de manier waarop die in de geschiedenis ook in de uitlegging altijd opgevat is. Hij vindt het meer een humanistisch ideaal dat de doodstraf niet meer aan de orde is dan een christelijk ideaal.
Vergeving en berouw zijn mogelijk, ook voor de grootste misdadiger is vergeving mogelijk. En dat is een absolute centrale boodschap van het Nieuwe Testament. Maar dhr. van der Staay zegt de kerk niet te moeten vermengen met de staat hierin en doen alsof de boodschap van vergeving het hele strafrecht op zijn kop zet.
Dat is de bijbelse boodschap van vergeving voor de grootste misdadigers maar tegelijkertijd komt hij op voor het goed recht van de doodstraf als uiterste middel in het totaal van straffen en nooit lichtvaardig. Er is heel veel mis met de toepassing van de doodstraf, waar hij met klem afstand van neemt. Maar als het erop aan komt komt hij wel op voor het goed recht van de overheid om de doodstraf toe te passen. En hij ziet dat in het Nieuwe Testament: Romeinen 13 is daar heel duidelijk in.
De overheid draagt het zwaard niet voor niets en dat kom je ook op andere plaatsen tegen in de bijbel. Waar bijvoorbeeld ook de moordenaar aan het kruis zegt, wij ontvangen de straf voor wat we gedaan hebben en dat is onze verdiende straf.
Paulus zegt later ook in de handelingen: als ik iets gedaan heb waar de doodstraf op staat, zal ik me daaraan onderwerpen.
In Nederland is in 1870 de doodstraf al afgeschaft, maar in 1945 is een aantal uitzonderingen gemaakt. De Nederlandse regering, de overheid, vond toen dat er oorlogsmisdadigers waren die de doodstraf verdienden. Begrijpt u dat?
Wim Petersen vindt dat een andere tijd. Een andere tijd vraagt een ander denken. Sinsdien zijn we ontzettend vooruit gegaan op het gebied van het mensenrechten denken. Ook in Amerika is te merken dat er steeds meer mensen zich tegen de doodstraf richten. In Nederland is de doodstraf geen item.
De interviewer vraagt wie er zo op vooruit zijn gegaan? De gedachte was dat de doodstraf helemaal niet meer nodig zou zijn, want in onderwijs, in beschaving is voortgang geboekt. De doodstraf is barbaars, primitief en van oude tijden.
Maar………is de totale afschaffing van de doodstraf niet in feite mooi weer wetgeving? Wij zijn wel opgeschoten in de beschaving, maar er lopen nog steeds Saddam Husseins en Bin Ladens rond die een onpeilbaar leed veroorzaken en zich zodanig vergrijpen aan menselijk leven, dat je moet zeggen: iemand kan uiteindelijk ook het recht op leven verspelen.
Dhr. van der Staay is de mening toegedaan dat we als privé persoon niemand het leven mogen ontnemen, dat is moord.
Maar een overheid heeft wel een heel speciale bevoegdheid.
De regels voor burgers gelden niet automatisch op dezelfde manier voor een overheid.
De overheid heeft juist tot taak om straffen toe te passen en soms kan dat, helaas, in deze wereld die zo vol is van dood en verderf, niet anders dan dat mensen als de Hitlers, de Eichmans en Ceaucescus ook hun leven verspeeld hebben.
De constatering dat de wereld er sinds 1945 niet veel mooier op is geworden en dat peilingen soms aangeven dat de afgelopen jaren misschien iets meer dan de helft van de Nederlanders voor de doodstraf is leidt tot de opmerking dat in dit opzicht nog veel educatief werk gedaan moet worden: scholen moeten echt mensenrechteneducatie op hun lesrooster zetten.
Er moet een hele slag geslagen worden door organisaties als ACAT en AMNESTY. Bovendien de politiek moet zich bewust maken van het belang van een goede, morele opvoeding.
En in dat opzicht geldt als eerste zaak natuurlijk de tien geboden met daarbij het gebod: ‘gij zult niet doden’.
Wij kunnen ons niet voorstellen dat een overheid zich op het standpunt kan stellen, dat zij wel mag doden; ik herinner aan de bekende regel van AMNESTY:
“Why do we kill people, who kill people, to show people that killing people is wrong.”
Hoe kunnen wij met doden duidelijk maken dat doden niet toelaatbaar is?
WIM PETERSEN
MORATORIUM OP DE DOODSTRAF.
De doodstraf is, in juridische termen, een gerechtelijke executie. Van de doodstraf is sprake wanneer iemand van het leven wordt beroofd op grond van een vonnis dat is uitgesproken door een bevoegde rechter na een strafrechtelijk proces.
Een moratorium is een juridische toestemming om voor een bepaalde tijd de betaling van schulden en verplichtingen uit te stellen. Dit kan betrekking hebben op natuurlijke en rechtspersonen maar ook op landen.
De term wordt ook gebruikt om aan te geven dat een land de uitvoering van een bepaalde wettelijke regeling tijdelijk heeft opgeschort. Dit wordt vaak gebruikt om aan te geven dat de uitvoering of zelfs uitspreken van de doodstraf is opgeschort.
Het was goed nieuws toen half november 2007 bijna honderd landen binnen de Verenigde Naties een resolutie aannamen waarin zij oproepen tot een wereldwijde stop op executies. De resolutie, die tot stand kwam binnen het Derde Comité van de Algemene Vergadering van de VN, werd door 99 landen aangenomen, met 52 tegenstemmen en 33 onthoudingen.
Naar verwachting zal de beslissing in december van dit jaar (2007) binnen de Algemene Vergadering worden bekrachtigd. Amnesty International en ACAT roepen alle landen op om daarna zo snel mogelijk te stoppen met alle executies.
In 1971 en 1977 heeft de Algemene Vergadering ook twee resoluties
over de doodstraf aangenomen. Daarin werd gesteld dat het
‘wenselijk’ was dat staten een einde maken aan de doodstraf. De
nieuwe resolutie gaat verder doordat hij oproept tot een moratorium
op executies ‘met het oog op afschaffing van de doodstraf.’
De VN dringen er bij staten die de doodstraf nog toepassen
op aan ‘internationale waarborgen aan terdoodveroordeelden te respecteren,’ en ‘het gebruik van de doodstraf langzamerhand te beperken.’ Dat kan bijvoorbeeld door het aantal misdrijven waarop de doodstraf staat te verlagen.
De resolutie is niet juridisch bindend voor staten, maar doordat hij is aangenomen door het belangrijkste orgaan van de VN ligt er nu grote morele en politieke druk op de lidstaten. ‘Een moratorium is een belangrijk instrument om staten die de doodstraf nog gebruiken tot discussie aan te zetten en een aansporing om hun wetten te herzien. En zolang de doodstraf in herziening is, kun je mensen niet executeren,’ zei Irene Khan.
Amnesty International en ACAT zijn in alle gevallen tegen de doodstraf. De doodstraf is de ultieme ontkenning van mensenrechten, het is het met voorbedachten rade doden van een mens door de staat, uit naam van rechtvaardigheid. De doodstraf is een schending van het recht op leven, zoals dat is vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Daarnaast is het een uiterst wrede, onmenselijke en vernederende straf.
Tot dusver hebben 133 landen de doodstraf bij wet of in de praktijk afgeschaft en voerden in 2006 nog maar 25 landen daadwerkelijk executies uit. Voor zover bekend vond in dat jaar 91 procent van alle executies plaats in zes landen: China, Iran, Irak, Pakistan, Soedan en de Verenigde Staten.
Cijfers van Amnesty tonen aan dat er in 2006 een daling in het totale aantal executies (1591) plaats vond ten opzichte van 2005 (2148). Het werkelijke aantal executies is vele malen hoger. In China worden jaarlijks naar schatting tussen de 8000 en 10.000 mensen geëxecuteerd. China levert geen openbare cijfers.
De VS willen vasthouden aan het recht om de doodstraf uit te voeren. Amerika is samen met China, Iran, Irak, Pakistan en Soedan goed voor negentig procent van alle executies.
‘Deze beslissing van het hoogste politieke orgaan van de Verenigde Naties is een duidelijke erkenning van de groeiende, wereldwijde trend naar afschaffing van de doodstraf, die gesteund wordt door de Secretaris Generaal van de VN,’ zei IRENE KHAN .
‘Het is een cruciale stap in de richting van een wereld zonder doodstraf, zoals de Algemene Vergadering drie decennia geleden al voor ogen stond.’
Het initiatief om tot een wereldwijd moratorium te komen werd door tien landen geleid: Albanië, Angola, Brazilië, Kroatië, Gabon, Mexico, Nieuw Zeeland, de Filipijnen, Portugal (voor de EU) en Timor Leste.
Amnesty International noemt de oproep tot een moratorium op de doodstraf een ‘historische resolutie en een belangrijke stap op weg naar een wereldwijde afschaffing van de doodstraf.’
Drie mannen die ter dood veroordeeld waren voor misdaden die ze niet hadden begaan, getuigden over hun ervaringen.
De drie spraken op een bijeenkomst van AMNESTY INTERNATIONAL en getuigden hoe onrechtvaardige processen, verkeerde beslissingen en fouten in het juridische systeem kunnen leiden tot de executie van onschuldigen.
Ze riepen de lidstaten in de Algemene Vergadering van de VN op om voor een moratorium op executies te stemmen.
“Ik ben hier om de internationale gemeenschap te vertellen over het menselijk lijden dat de doodstraf veroorzaakt, en om ze aan te sporen die vreselijke straf te stoppen,” zei EDWARD EDMARY MPAGI UIT OEGANDA, die 18 jaar in een dodencel doorbracht.
MPAGI was veroordeeld voor de moord op een man die later springlevend bleek. “Ik kan geen woorden vinden om te beschrijven wat ik meegemaakt heb. Elke dag verwachtte ik mijn straf.”
“Het is moeilijk te beschrijven hoe het is om in een dodencel te zitten als je weet dat je onschuldig bent,” vertelde RAY KRONE, de honderdste ter dood veroordeelde in de VS die vrijgesproken werd. “Je weet enkel dat een verschrikkelijke nachtmerrie ineens werkelijkheid geworden is, een werkelijkheid die niet te begrijpen is. Het Amerikaanse systeem werkt niet, en wat met mij gebeurde, kan iedereen overkomen.” KRONE wees erop dat ras en inkomen een grote rol spelen in de veroordelingen. Zijn familie en vrienden moesten leningen afsluiten en geld inzamelen en konden nog steeds zijn verdediging niet betalen.
SAKAE MENDA werd in 1949 opgepakt door de Japanse politie voor een dubbele moord en bekende na folteringen. Hij werd schuldig bevonden en ter dood veroordeeld, en kreeg pas na zes aanvragen een nieuw proces. In 1983, 34 jaar na zijn veroordeling, werd hij vrijgesproken. “Het is een marteling om elke dag te leven met de gedachte dat je op elk moment terechtgesteld kunt worden,” zei MENDA. In Japan worden de executies meestal in het geheim gehouden en de veroordeelde wordt niet of pas de dag zelf op de hoogte gebracht.
“Omdat gevangenen pas enkele uren voor hun executie gewaarschuwd worden en dat decennia lang moeten volhouden, vragen ze zich elke morgen af of deze dag hun laatste zal zijn,” benadrukte PIERS BANNISTER van AMNESTY INTERNATIONAL. “Een onaanvaardbare schending van de mensenrechten en duidelijk een vorm van psychologische foltering.”
LAURA BERTENS Bron: Amnesty International
EEN NIEUW BESTUURSLID.
Wij zijn erg blij met IR. EDWIN RUIGROK die sinds een paar maanden in het bestuur van ACAT meewerkt.
EDWIN is vader van vier kinderen, katholiek én actief lid van een PKN gemeente. Hij was werkzaam van 1990 tot begin dit jaar in verschillende landen in Azië en Afrika op het gebied van landbouwontwikkeling, gemeenschapsopbouw en de laatste periode vredesopbouw. Hij was in de oorlogsperiode in Rwanda (1990-1993), waar hij geraakt werd door het verlangen van de kleine boeren,
zowel Hutu als Tutsi, een gewoon leven te willen hebben. De wens tot eenvoud en vriendelijkheid staat in schril contrast met de gewelddadige realiteit van de genocide.
Momenteel is hij werkzaam bij IKV PAX CHRISTI waar hij identiteitsmedewerker is.
EDWIN wil zich verdiepen in de problematiek van martelen en doodstraf. De missie van ACAT en die van IKV PAX CHRISTI komen samen op het centrale belang van de menselijke waardigheid, een universeel als wel bijbels gefundeerd principe. Voor hem kan een relatie tussen ACAT en IKV PAX CHRISTI juist hier betekenis krijgen.
Tijdens de jaarvergadering in maart kunt u nader kennis met hem maken en hebt u de mogelijkheid in te stemmen met de keuze voor EDWIN in het bestuur.
DAG VAN DE RECHTEN VAN DE MENS.
Afgelopen 10 december liep ik in Maastricht mee in een fakkeloptocht om de DAG VAN DE RECHTEN VAN DE MENS te gedenken. Op deze dag was het 59 jaar geleden dat de UNIVERSELE VERKLARING VAN DE RECHTEN VAN DE MENS (UVRM) werden aanvaard.
Deze fakkeloptocht was extra bijzonder omdat de familie van ABDULLAH AL-MANSOURI meeliep. AL-MANSOURI is een Maastrichtenaar die in mei 2006 tijdens een bezoek aan Syrië werd gearresteerd en werd uitgeleverd aan Iran.
Bij het monument voor de Mensenrechten in Maastricht werd gewezen op het belang van de UVRM en werd één minuut stilte gehouden voor AL-MANSOURI.
AL-MANSOURI is de voorzitter van de AHWAZI LIBERATION ORGANISATION (ALO)
een organisatie die streeft naar een zelfstandige staat voor de Ahwazi Arabieren in de Iraanse provincie Khuzestan. Hij vluchtte zelf uit Iran na de islamitische revolutie eind jaren zeventig.
De Ahwazi Arabieren worden door de Perzische meerderheid onderdrukt.
ALO’S AHWAZ REVOLUTIONAIRY COUNCIL (ARC) heeft zichzelf in 1990 als de rechtmatige regering van Khuzestan benoemd met Al-Mansouri als ongekozen president. De regering in ballingschap heeft haar hoofdkwartier in Maastricht.
Op grond van zijn functie in deze organisatie en de aanslagen die zij in Iran heeft gepleegd wordt AL-MANSOURI door de Iraanse autoriteiten als een terrorist beschouwd en is hij reeds in 1988 bij verstek ter dood veroordeeld. AL-MANSOURI vluchtte in 1988 na zijn terdoodveroordeling naar Nederland. In 1989 vestigde hij zich in Maastricht, waar hij zich o.a. inzette voor GroenLinks en AMNESTY INTERNATIONAL. Voor zijn werk voor deze laatste organisatie, waarin hij zich o.a. bezighield met de situatie van lotgenoten, werd hij onderscheiden met de Orde van Oranje-Nassau.
AL-MANSOURI ging in mei 2006 naar Syrië om vrienden te bezoeken. Al na enkele dagen werd hij met zeven anderen gearresteerd.
Geruime was wist niemand hoe het met AL-MANSOURI ging. Was hij nog in leven? Werd hij misschien gemarteld? Burgemeester Leers van Maastricht voerde persoonlijk actie voor AL-MANSOURI.
De Syrische mensenrechtenorganisatie NOHRS meldde op zondag 28 oktober 2007 op haar site dat AL-MANSOURI onlangs ter dood is veroordeeld.
De zoon van AL-MANSOURI, ADNAN AL-MANSOURI, begon op 29 oktober 2007 een mediacampagne om nationale steun te werven voor zijn vader, over wie hij had vernomen dat hij in Iran opnieuw ter dood was veroordeeld wegens terroristische activiteiten en binnen 48 uur geëxecuteerd zou worden. De Iraanse ambassadeur in Nederland ontkent dit.
Het ministerie van Buitenlandse Zaken maakte op 13 november bekend dat een officiële Nederlandse vertegenwoordiger heeft gesproken met AL-MANSOURI. Het gesprek duurde drie kwartier en vond plaats onder toezicht van de Iraanse autoriteiten. Volgens het ministerie leek AL-MANSOURI het naar omstandigheden goed te maken. Hij zou in het gesprek hebben aangegeven dat zijn gezondheid in orde was. AMNESTY en ACAT dringen nog steeds aan op een rechtvaardig proces.
REQUIEM
Als afsluiting van de dag werd in het stadhuis van Maastricht het ‘Requiem für einen polnischen Jungen’ opgevoerd door het koor Stem des Volks.
Het ‘Requiem für einen polnischen Jungen’ van de componist Dietrich Lohff (1941) is een indringend muziekstuk. Het is een verzameling van acht liederen, gebaseerd op liedteksten van slachtoffers van het fascisme in de periode 1933-1945.
Sinds haar verschijnen in 1997 is deze muziek diverse keren uitgevoerd, ook in 1999 voor de Duitse “Bundestag” ter herinnering aan de bevrijding van concentratiekamp Auschwitz op 27 januari 1945. Het Requiem gedenkt de joodse slachtoffers van de tweede wereldoorlog en herinnert ook aan de Duitse officier Wilm Hosenfeld die eind 1944 het leven van de Poolse pianist en componist W?adys?aw Szpilman redde. Dit gegeven is ook thema in de film “The Pianist” van Roman Polanski.
De musicus Dietrich Lohff over zijn requiem:
“Dat wij ons tot levenslange onrust verplichten, en dat niemand meer zwijgend toeziet wanneer mensen mensen tot offer maken”.
ANTOON VAN HOOFT
TOTENGEBET
Sieh, Herr, die Toten kommen zu Dir.
Die wir geliebt, sind allein und sehr weit.
Nun müssen wir ihre Münder sein und beten zu Dir,
Du Ewigkeit.
Nimm ihr müdes Herz in die gütige Hand.
Da wird es still.Eine Schwalbe, die ihre Heimat fand und
schlafen will. Auf ihre Augen, die müde vom Licht
lege Dein Kleid, dass sie träumen von Deinem Angesicht,
Du Dunkelheit. Und ihre Hände, die immer bereit,
Dein Werk zu tun,
o Gott, Ou ewige Erntezeit, lass sie ruh’n.
Wir aber leben und dürfen nicht die Tage versäumen.
Wir tragen geduldig das schwere Gewicht zu Deinen
Traumen.
Georg Kafka
DODENGEBED
Zie, Heer, de doden komen naar u toe.
Waarvan wij hebben gehouden, zijn alleen en ver weg.
Nu moeten wij hun monden zijn en bidden tot U.
U eeuwigheid.
Neem hun moede hart in goede handen.
Het wordt stil. Een zwaluw, die zijn vaderland vond en
Slapen wil. Op zijn ogen, die moe van licht
leg uw kleed, dat zij dromen van uw aangezicht,
Jij duister. En uw handen, die steeds bereid,
uw werk te doen.
O God, U eeuwige oogsttijd, laat hen rusten.
Wij echter leven en mogen de dagen niet verzuimen.
Wij dragen geduldig het zware gewicht van uw
Dromen.
O Heer, de levenden komen naar u toe.
Die wij geliefd, zijn alleen.
Wij vinden hen niet.
U echter zult de verlichting zijn.
U Licht.
Vertaling: Antoon van Hooft
AFSCHAFFING VAN DE DOODSTRAF.
De Amerikaanse staat New Jersey heeft donderdag 13 december 2007 de doodstraf afgeschaft en omgezet in levenslang zonder mogelijkheid tot vrijlating.
New Jersey is de eerste Amerikaanse staat die deze stap zet.
Sinds 1963 was niemand meer ter dood veroordeeld in deze staat.
In 37 van de vijftig Amerikaanse staten bestaat de doodstraf nog.
Sinds 25 september 2007 zijn alle executies opgeschort in afwachting van een beslissing van het hooggerechtshof over de grondwettelijkeheid van dodelijke injecties.
ENKELE ANDERE OVERWEGINGEN
Hoe zal ik dit uitleggen, dit waarom
wat wij vinden niet is
wat wij zoeken?
Laten wij de tijd laten gaan
waarheen hij wil,
en zie dan hoe weiden hun vee vinden,
wouden hun wild, luchten hun vogels,
uitzichten onze ogen
en ach, hoe eenvoud zijn raadsel vindt.
Zo andersom is alles, misschien.
Ik zal dit uitleggen.
Rutger Kopland



