Op 5 maart 2005, franciscushuis in Den Bosch.
De voorzitter opent de vergadering met vooral een woord van welkom voor de bestuursleden van ACAT Vlaanderen en ACAT Duitsland. Door het winterse weer is een aantal leden niet in staat de jaarvergadering te bezoeken. Daarom is er een afzegging van Antonie van As; zij zou speciaal komen ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van ACAT.
Ook Bep Tijssen moet verstek laten gaan vanwege het weer.
Eveneens een speciaal welkom aan de heer Johan Naron, beoogd nieuwe voorzitter van ACAT Nederland, die samen met zijn echtgenote aanwezig is. Johan stelt zich voor en vertelt wat hij in zijn werkzame leven – dus voor het bereiken van de VUT-leeftijd – heeft gedaan. Met name werkte hij in Oeganda en was directeur van het CMC. Hij heeft nog geen beslissing genomen of hij het voorzitterschap aanvaardt.
Een woord van dank aan Thea Kool die tien jaar lang het secretariaat verzorgde en dankzij haar communicatieve vaardigheden contacten heeft gelegd met andere groepen waardoor ACAT nu in een samenwerkingsverband zit met Amnesty Nederland, Solidaridad, Kerkinactie en IKV: het kerkelijk overleg mensenrechten (KOM).
Thea zelf zegt hierover: “Het doel van de vereniging is een ander dan jezelf en dat heeft mij al die jaren gemotiveerd”.
In december 2004 is er een grote manifestatie in Parijs geweest ter gelegenheid van het 30-jarig bestaan van FIACAT. In het gebouw van de UNESCO is een hele dag vergaderd en de bijeenkomst werd afgesloten met een viering in de Notre Dame.
Wij gedenken Peter Benenson de oprichter van Amnesty die dezer dagen overleed. Toen 40 jaar geleden mensenrechtenverenigingen zoals Amnesty International werden opgericht was het idee, dat het werk in de toekomst overbodig zou worden.
Mensenrechten zouden niet meer worden geschonden. Helaas, de werkelijkheid is anders. Zeker sinds de “oorlog tegen het terrorisme” worden allerlei mensenrechten weer met voeten getreden, met name die tegen het martelen. Ook in de westerse landen. Er is nu zelfs een discussie of martelen in beperkte mate weer zou mogen. Onder marteling verkregen bewijsmateriaal wordt onder bepaalde omstandigheden toegelaten voor de rechtbank.
Het jaarverslag van de voorzitter over de periode maart 2004 – maart 2005 wordt ter vergadering uitgereikt en goedgekeurd. Het financiële verslag is eerder aan alle leden gezonden.
De penningmeester licht het verslag toe. In 2004 is quitte gedraaid. De vereniging kan niet financieel draaien uit de opbrengsten van de contributies, maar is afhankelijk van giften. Ook deze gaan in de loop der tijd achteruit.
Voor de onmiddellijke toekomst ziet de penningmeester nog geen problemen maar op de langere termijn zal er een oplossing moeten worden gevonden. 
De penningmeester vraagt goedkeuring aan de vergadering om volgend jaar – indien nodig – de contributie te kunnen verhogen naar 20 euro per jaar. De leden stemmen hiermee in.
De leden van de kascommissie zijn helaas door het slechte weer verhinderd maar hebben een schriftelijke verklaring afgegeven, waarin zij bevestigen de boeken in orde te hebben bevonden. Het bestuur wordt gedechargeerd voor het gevoerde beleid in het afgelopen boekjaar. De leden van de kascommissie hebben zich wederom bereid verklaard de boeken over 2005 te controleren.
Thea Kool
BART STAPERT, MENSENRECHTENADVOCAAT IN NEDERLAND EN LID VAN HET BESTUUR VAN AMNESTY INTERNATIONAL HIELD EEN REDE VOOR DE LEDEN VAN ACAT NEDERLAND TIJDENS DE ALGEMENE JAARVERGADERING
Zestig jaar geleden werd kort na de Tweede Wereldoorlog de Internationale Verklaring van de Rechten van de Mens ondertekend. Men zou denken, dat deze verklaring nu zo vanzelfsprekend geworden zouden zijn, dat die eigenlijk niet meer nodig zou zijn. Niets is minder waar. Het idealisme van toen heeft plaats gemaakt voor pragmatisme; in het kader van de internationale veiligheid worden rechten tot loze kreten gemaakt. De “theorie” van het martelen werd in het verdrag afgeschaft; de “praktijk” van het martelen bestaat nog steeds. De Internationale Verklaring van de Rechten van de Mens was slechts een intentieverklaring. In de loop van de jaren is deze ingebed in een aantal internationale verdragen, zoals:
* het Convenant voor Burgerlijke en Politieke Rechten
* de Verklaring tegen Wrede en Onmenselijke Behandeling
* het Anti-folter Verdrag
* het Verdrag tegen Discriminatie van Vrouwen
* het Genocide Verklaring
Per regio kwam daar nog een aantal verdragen bij. Vooral in Europa, zoals het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens en het Europese Verdrag tegen Folteren.
Verdragen kunnen echter buiten werking gesteld worden. Men zou zeggen dat deze verdragen zo vanzelfsprekend zijn, dat ze niet buiten werking gesteld kúnnen worden. Het besef is ontstaan dat er niet alleen iets moet gebeuren tegen het martelen, maar dat er ook iets gedaan moet worden aan preventie. Men moet ergens een aanklacht kunnen indienen; de overheid moet een onderzoek instellen en haar verantwoordelijkheid nemen.
De definitie van martelen is uitgebreid in het Europese verdrag. Verkrachting geldt nu ook als martelen en het mishandelen en ontnemen van waardigheid van gevangenen ook. Niet alleen eigen burgers van het land hebben recht op vrijwaring van deze handelingen; burgers van andere landen ook. Slachtoffers hebben recht op psychische en fysieke hulp.
Bij de laatste grote campagne van Amnesty International bleek dat in 150 landen van de wereld sprake is van systematisch martelen. De “war on terror” heeft de denkbeelden in de westerse wereld ook veranderd. Volgens velen mag een “beetje” martelen nu wel. Hoe ver mag je gaan met een “beetje” martelen? De VS vindt dat je er ver mee mag gaan. Je kunt slachtoffers ook “exporteren” naar landen waar gemarteld wordt om inlichtingen te verkrijgen. Informatie onder martelen verkregen wordt onder bepaalde omstandigheden toegelaten als bewijs bij de rechtspraak. Over de doodstraf wordt niet gerept in de Universele en Europese Verklaring van de Rechten van de Mens. Vanaf 1980 wordt in de Europese Unie de doodstraf niet meer voltrokken. Rusland heeft een moratorium ondertekend. In 118 landen wordt de doodstraf in de praktijk niet meer uitgevoerd; in 78 nog wel. De Verenigde Staten en China zijn “grootafnemers” van de doodstraf. De strijd tegen het terrorisme doet de sentimenten voor het (weer) invoeren van de doodstraf weer oplaaien. We moeten oplettend blijven en overheden aanspreken. De media zitten nu bovenop de discussie over de doodstraf.
Het volgende citaat van de historicus Howard Zian is van toepassing op ons werk.
“Te blijven hopen in slechte tijden is niet dwaas of naief romantisch. Het is een uitdrukking van de analyse dat de menselijke geschiedenis er niet alleen een is van wreedheid, maar ook van compassie, opoffering, moed en liefde.
Ons leven zal worden bepaald door datgene wat we in die complexe geschiedenis benadrukken. Als we alleen naar het slechte kijken vermindert dit onze mogelijkheid om iets te doen. Als we daarentegen kijken naar de tijden, de plaatsen dat mensen op de meest bijzondere wijze standhielden, dan geeft dat ons energie om iets te doen, en op zijn minst de mogelijkheid om deze wereld in een andere richting te bewegen.
En als we iets doen, hoe klein ook, dan hoeven we niet te wachten op een grote utopische toekomst. De toekomst is immers een permanente aaneenschakeling van hedens. En om te leven zoals we denken dat mensen met elkaar zouden moeten leven, tegen de stroom in, in weerwil van alles dat om ons heen sterft of moeilijk is, is op zichzelf al een fantastische overwinning.
Bart Stapert
DE KERKEN EN DE DOODSTRAF
Introductie
Wat kan ik eigenlijk over dit onderwerp vertellen dat u nog niet weet? In de voorbereiding op vandaag heb ik nog eens even op de website van ACAT Nederland gekeken en daar staat als meest recente artikel een beschouwing van mevrouw Bep Tijssen over het thema ‘doodstraf en levensbeschouwing’, met daarin ook een gedeelte over de christelijke kerken en de doodstraf. Het artikel werd eerder gepubliceerd in Raakvlak, de nieuwsbrief van Amnesty International. Dat weet u dus allemaal al.
Wat ik wel kan doen, en ga doen, is pogen een actuele stand van zaken te geven van argumenten en thema’s die in het kader van discussies over de doodstraf door de kerken worden gehanteerd. En daar waar wordt gezwegen op zoektocht gaan naar de redenen daarvan.
Kerkelijke opvattingen over de doodstraf
De opvattingen over de doodstraf zijn niet in alle christelijke confessies hetzelfde. Ik maak allereerst een onderscheid tussen de RK kerk en de kerken van de Reformatie.
In de RK kerk speelt Justitia et Pax een belangrijke rol bij de ontwikkeling van standpunten inzake de doodstraf. Uitgangspunt van de RK kerk was dat het algemeen welzijn van de samenleving vereist dat men een agressor onschadelijk maakt. Op dat beginsel heeft de traditionele leer van de kerk het goed recht van de overheid gefundeerd om strenge straffen op te leggen al naar gelang de ernst van het misdrijf; daarbij is in ernstige gevallen de doodstraf niet uitgesloten. Deze visie is ook terug te vinden in de Catechismus van de Katholieke Kerk uit 1993. Daar wordt de doodstraf gerechtvaardigd als vorm van ‘wettige zelfverdediging’ door de gemeenschap: wettelijke zelfverdediging is niet alleen recht, maar ook een ernstige plicht voor degene die verantwoordelijk is voor het leven van anderen en voor het algemeen welzijn van stad of land. Daarbij speelt de verwijzing naar Romeinen 13 nog steeds een rol. Herstel van de orde is een belangrijk motief, niet zozeer vergelding. Maar daar zit een inconsequentie in: de doodstraf kan alleen uitgevoerd worden als de dader(s) gepakt is en dan is de orde toch hersteld?
In de kerken van de Reformatie wordt verschillend gedacht. De kerken van de ‘radicale reformatie’, de dopers, de mennonieten, alsmede de remonstranten en later ook de Quakers hebben de doodstraf principieel afgewezen. In de Lutherse tak van de Reformatie is de visie op de verhouding tussen kerk en overheid bepalend: de twee rijken leer. Daarbij is het de bevoegdheid van de overheid om de kwaden te straffen (het rijk van Gods toorn) en het is de taak van de kerk om zondaars te bekeren en genade te verkondigen (het rijk van Gods genade). Beide rijken dienen elkaar te respecteren en te ondersteunen. Bij Luther en het latere Lutheranisme heeft dat geleid tot grote terughoudendheid als het gaat om kerkelijke kritiek op de overheid en tot acceptatie van overheidsgeweld als geweld in de naam van God. Paradoxaal genoeg leidde die terughoudendheid ertoe dat toen de overheid tolerantie ging prediken de kerk dit ook overnam. In de Duitse Lutherse kerk zijn er in het begin van de 19e eeuw al bewegingen voor de afschaffing van de doodstraf.
In de calvinistische tak van de Reformatie is ook sprake van een twee rijken leer, maar daar bleven kerkelijke en burgerlijke overheid veel nauwer met elkaar verbonden, omdat beide onderworpen zijn aan de heerschappij van Christus. In deze kerken is tot lang na WO II de doodstraf gerechtvaardigd met een beroep op bijbel en traditie.
In haar eerste herderlijke brief na de oorlog zette de Synode van de Nederlandse Hervormde Kerk in 1946 haar standpunt over de doodstraf uiteen. Ze verdedigde deze straf met de traditionele bijbelse argumenten, namelijk de bekende passage uit Gen. 9 (‘wie des mensen bloed vergiet, diens bloed zal door de mens vergoten worden, want naar het beeld Gods heeft Hij de mens gemaakt’), in combinatie met de uitspraak van Paulus in Romeinen 13, dat de overheid het zwaard niet tevergeefs draagt. De Synode concludeerde ‘dat de overheid als dienaresse Gods, zich gesteld ziende voor de taak de gerechtigheid te handhaven en daarop gepleegde inbreuken te bestraffen, naar Gods Woord het recht heeft, ingeval van zeer zware schuld, de doodstraf toe te passen’.
In zijn boek Visie en vaart pleitte dr. A.A. van Ruler in 1947 op bijbelse, christelijke en theologische gronden voor herinvoering van de doodstraf. Houd daarbij ook even in de gaten dat toen in 170 het wetsvoorstel voor afschaffing van de doodstraf werd behandeld tal van Hervormde kerkenraden daartegen hebben geprotesteerd.
De Anti-Revolutionaire Partij en de Christelijk Historische Unie aanvaardden, evenals de Staatkundig Gereformeerde Partij, de doodstraf. Naar hun opvatting dient de straf ‘niet slechts om de maatschappij te beschermen, maar allereerst tot herstel van de geschonden rechtsorde (gerechtigheid), waarbij zo nodig de doodstraf, waartoe de overheid in beginsel het recht heeft, worden toegepast’.
Pas toen andere exegeses hun intrede deden en vooral door de radicale afwijzing van de doodstraf door de invloedrijke theoloog Karl Barth, ontstond er echt een discussie over de doodstraf.
Een ander geluid liet dr. F.T. Diemer-Lindeboom horen in haar in 1965 verschenen studie Ontgin nieuw land opdat zij leven. Hierin toetste zij de traditionele aanvaarding van de doodstraf aan de bijbelse oproep tot oefening van gerechtigheid. Aan Genesis 9 kan naar haar oordeel geen argument voor de onveranderlijkheid van de eis tot doodstraf worden ontleend. Evenmin is Paulus’ beschouwing over de overheid in Romeinen 13 een grondslag voor deze eis. De twee klassieke pijlers ter rechtvaardiging van de doodstraf vormen dan ook een ondeugdelijk fundament. In feite hebben we te maken met een restant van onbijbelse constructies waarmee allerlei vreselijke vergissingen, in het verleden onder leiding van de officiële christenheid begaan, werden goedgepraat (zoals jodenvervolgingen, wreed optreden tegen ketters, heksenprocessen). 
Ook volgens andere auteurs valt op goede exegetische gronden te bestrijden dat de woorden in Genesis 9: 6 en Romeinen 13: 4 betrekking hebben op een door God geëiste doodstraf. Dit wordt bijvoorbeeld gesteld in een studie van dr. Hans Abma, getiteld ‘Gerechtigheid zonder beul’, in 1997 als proefschrift verdedigd aan de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken in Nederland te Kampen.
Niettemin is het officiële standpunt uit de herderlijke brief van 1946 nooit herroepen. Dat standpunt luidt: ‘Zij (de synode) verklaart dat de overheid als dienaresse Gods, zich gesteld ziende voor de taak de gerechtigheid te handhaven en daarop gepleegde inbreuken te bestraffen, naar Gods Woord het recht heeft in geval van een zeer zware schuld de doodstraf toe te passen’.
Stand van zaken nu
Ter gelegenheid van de campagne in 2000 voor een Moratorium op de uitvoering van de doodstraf, heeft de Raad van Kerken in Nederland alle aangesloten lidkerken een brief gestuurd met de volgende vragen:
* zich in eigen kring te bezinnen op de doodstraf en de Raad van de uitkomst
daarvan op de hoogte te stellen;
* zich uit te spreken voor het Moratorium;
* de handtekeningenactie onder de aandacht van de kerkleden te brengen.
De Raad van Kerken had tot dan toe wel in enkele concrete gevallen zich uitgesproken tegen de doodstraf, maar er was nooit een formele uitspraak over de doodstraf als zodanig gedaan. De visie van de lidkerken zou de basis kunnen zijn voor een officiële uitspraak van de Raad van Kerken over de doodstraf.
Dat was april 2001. Drie van de lidkerken van de Raad reageerden…….
Het Leger des Heils meldde dat de actie van harte werd ondersteund en dat ze deze onder de aandacht zou brengen van medewerkers en heilssoldaten. Er werd niet ingegaan op de eerste vraag.
De Doopsgezinden reageerden juist wel vooral op de eerste vraag, de inhoudelijke kant van de zaak. Zij vonden het pleidooi van Amnesty eigenlijk te zakelijk, maar hadden ter wille van de goede zaak, geen moeite om de oproep te ondertekenen.
De RK bisschoppenconferentie reageerden het meest uitgebreid, en gingen ook vooral inhoudelijk op de vragen in, met een verwijzing naar zowel eerdere opstellingen van het Vaticaan als van Justitia et Pax. Men vindt het belangrijk dat kerken en mensenrechtenorganisaties zich regelmatig uitspreken tegen de doodstraf, ook naar de politiek toe. Voorbeeld daarvan was ook het slot van de Moratoriumcampagne, waarbij het resultaat van de campagne ook aangeboden werd aan mw. Jones-Bos, als Nederlandse ambassadeur voor de Mensenrechten bij de VN. Tegelijkertijd wordt meer nadruk gelegd op het belang van een ‘consistente ethiek van het leven’ als tegenwicht tegen het geweld in onze samenleving, zowel op straat als in huis. In zo’n ethiek past geen legitimatie van de doodstraf.

