ACAT NIEUWS, JAARGANG 21, NUMMER 2
DOOR A. VAN HOOFT
De wereld waarin wij leven komt als losgeslagen op ons over. Er gebeuren zaken die tien jaar geleden voor onmogelijk werden gehouden. De spotprenten in een Deense krant, waarin de profeet Mohammed onder andere werd afgebeeld als moslimextremist, brengen hele landen in beroering en kosten enkele tientallen mensen het leven. Deze crisis brengt nog eens duidelijk de verschillen aan het licht tussen westers en oosters denken. Het blijkt dat wij elkaar niet goed kennen. Zij weten niet waarom wij zo vanzelfsprekend praten over vrijheid van meningsuiting; wij weten niet waarom zij zoveel rumoer maken over tekeningen.
In haar artikel in het NRC-Handelsblad van 28-02-2006 spreekt onze minister voor Ontwikkelingssamenwerking mw. Agnes van Ardenne over de botsing tussen de seculiere en de niet-seculiere wereld. De vrijheid van meningsuiting wordt in het westen als het hoogste goed opgevoerd. Zij wijst er op dat Franklin D. Roosevelt in 1941 in zijn State of the Union vier elementaire vrijheden formuleerde: vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst, vrijwaring van gebrek en vrijwaring van vrees. Willen we de confrontatie, willen we de verschillen benadrukken, of: willen we verzoening nastreven van wederzijds begrip en respect? Waar angst ontstaat sluiten mensen zich af. Maar vanuit een sterke eigen kracht moeten we naar buiten treden. Er is geen duurzame veiligheid zonder eerbiediging van de mensenrechten voor iedereen.
ANTOON VAN HOOFT
LEZING DOOR PROF. THEO VAN BOVEN OP DE JAARVERGADERING
VAN ACAT NEDERLAND OP 4 MAART 2006.
Er worden grenzen verlegd bij martelen en mensenrechten.
Helaas moeten wij constateren dat het folterverbod aan erosie onderhevig is. Hoewel algemeen wordt veroordeeld dat martelingen aan de orde van de dag zijn, blijven ze plaatsvinden en komen ze in alle delen van de wereld nog steeds voor. Martelingen tasten de menselijke waardigheid ten diepste aan. Ook wij Nederlanders hebben onze geschiedenis met martelen. Een nieuw gegeven is dat marte-lingen toegepast worden door landen die zeggen democratisch te zijn. Dit heeft te maken met wat er in 2001 in New York gebeurd is.
In de actualiteit zien we de laatste weken onthullingen over praktijken waarvan we het ergste moeten vrezen. Nieuwe onthullingen over de Abu Graib gevangenis; beelden herhalen zich wederom.
Berichten over de CIA vluchten; personen worden naar geheime detentieplaatsen vervoerd. Het Europese parlement houdt zich ermee bezig, maar er zijn geen bewijzen.
Guantánamo is de andere zaak. Mensen worden zonder aanklacht anoniem vastgehouden en onderworpen aan onmenselijke verhoormethodes. Sommige gevangenen zijn tot hongerstaking overgegaan. Andere detentiecentra waren mogelijk nog onmenselijker. Het Rode Kruis heeft wel toegang, maar het hoort bij deze organisatie om contacten vertrouwelijk te houden. Een ander detentiecentrum ligt bijvoorbeeld in Bagram Bay in Afghanistan. Het is goed dat de media er alert op zijn: de vrije pers is belangrijk om deze gebeurtenissen te kunnen rapporteren. Maar er zijn hier ook zorgen: kranten worden vaak gesloten en journalisten vervolgd. We zagen dit gegeven eerder bij de Basken, we zagen het in Noord-Ierland en in Turkije over de situatie van de Koerden.
Berichten in de kranten moeten in een bepaalde context worden geplaatst. De terroristische aanslag van 2001 heeft zaken een nieuwe dimensie gegeven. Terrorisme kwam ook vóór 2001 voor: denk aan Noord Ierland, Baskenland. De nieuwe dimensie is dat het zich nu overál kan voordoen: in Londen, op Bali, in Madrid…Hoe moeten we terrorisme bestrijden, met welke middelen?
Afgelopen week is er in Nederland een actie gestart om mensen meer attent te maken. Dit verdient onze steun. De vier vrijheden waaraan de voorzitter van ACAT zojuist refereerde betreffen de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van godsdienst en de vrijwaring van gebrek en vrijwaring van vrees. Het gaat dus niet alleen om de vrijheid van meningsuiting, maar ook om armoedebestrijding en het scheppen van veiligheid.
Hoe gaan we terrorisme te lijf? Hoe kunnen we het voorkomen? Want nog altijd geldt: voorkomen is beter dan genezen.
Welke gevolgen heeft de oorlogsverklaring van Bush?
Er is nu een klimaat ontstaan waarin alle middelen ingezet kunnen worden omdat ze de doelen heiligen.
Landen die het niet nauw nemen met de mensenrechten (Pakistan, Egypte, Oezbekistan,) zien democratische landen aan hun kant staan.
Zij worden deel van de Verenigde Staten en Europa in de bestrijding van de terreur. Helaas zijn veel zaken die beweerd worden oncontroleerbaar. Wie controleert de veiligheidsdiensten? Dit is een probleem waarmee we zitten en waarmee toezichthouders worden geconfronteerd.
Over mijn ervaringen als rapporteur van de VN voor martelingen met terrorisme en handhaving van het folterverbod wil ik ook het een en ander zeggen. Ik neem deel aan de onafhankelijke advies commissie voor minister Bot van Buitenlandse Zaken. De rapporteur heeft
verschillende functies: signaleren, onderzoek, alarmeren.
1. SIGNALEREN
De eerste functie is signaleren en ter kennis brengen bij politieke organen van de VN. Zo hebben wij gewaarschuwd tegen de ondermijning van het absolute folterverbod.
De vrijheid van meningsuiting is niet onbeperkt, maar op het folterverbod bestaan geen beperkingen. Dit is een absoluut en imperatief verbod dat geldt in vredestijd, in oorlogssituaties, altijd.
Deze boodschap moet steeds vaker worden uitgedragen. De wetgeving staat hiermee op gespannen voet.
2. ONDERZOEK
De tweede functie is onderzoek. We hebben toezicht op 190 landen, bijvoorbeeld ook op Oezbekistan. Tegenstanders van het regime worden ervan verdacht terrorist te zijn. Systematisch zijn er martelpraktijken die vaak tot de doodstraf leiden. Met behulp van martelingen worden bekentenissen afgedwongen op grond waarvan de doodstraf wordt uitgesproken. Vaak worden deze zaken geheim gehouden. Familieleden worden niet op de hoogte gebracht. Dit is een erfenis van de Sovjet Unie. Politieke tegenstanders worden terzijde geschoven en geliquideerd. In Spanje bestaat de ETA. Zelf heb ik sympathie met een bepaalde mate van autonomie. Maar dit kan niet afgedwongen worden met terroristische aanvallen op mensen die niets met de strijd te maken hebben.
Dan is er het probleem van de definitie van terrorisme. Wat is terrorisme? Mandela werd als terrorist beschouwd.
Wie is terrorist, wie vrijheidsstrijder? Er is geen internationale definitie.
Terrorisme vindt niet alleen plaats in groepen in de samenleving, er bestaat ook staatsterreur (bijvoorbeeld in Latijns Amerika).
Het is ons, onderzoekers, niet toegestaan Guántanamo te bezoeken om ter plaatse kennis te nemen van de situatie.
3. ALARMERING
De derde functie is de alarmering. Dat is wat ACAT doet met de UA’s. Bij gevaar moet er binnen 24 uur ingegrepen worden. Bijvoorbeeld wanneer mensen dreigen te worden uitgezet naar een land waar gefolterd wordt. We hebben dan de plicht om op te treden om dat te voorkomen. Een andere zaak waar je snel moet optreden is in het geval van incommunicado: geïsoleerde opsluiting zonder rechtsbijstand: gevangenschap waarbij de gedetineerde alle contact met de buitenwereld (inclusief advocaat, arts en familieleden) wordt onthouden. Dergelijke detentie is in strijd met het VN-verdrag (BUPO) , waarin het recht op communicatie met een advocaat naar keuze is vastgelegd. Onder die omstandigheden treden martelingen op. In vele gevallen weten we niet om wie het gaat. Het effect van alarmering is moeilijk vast te stellen. Wel weten we dat soms mensen worden vrijgelaten. Tot zover drie functies van de rapporteur.
DE ADVIESRAAD INTERNATIONALE VRAAGSTUKKEN
Ik vestig nu de aandacht op het rapport van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV), ten behoeve van de minister van Buitenlandse Zaken. We kijken naar zaken zoals: gebeurt terrorisme- bestrijding effectief en welke relatie heeft het met de mensenrechten? Deze adviesraad is ook gericht op veiligheidsaspecten. Het folterverbod is er als prioriteit, als deeladvies, uitgelicht. Het folterverbod is een kernrecht. Nederland heeft de verplichting een duidelijk standpunt in te nemen, omdat zij heeft meegewerkt aan initiatieven in internationaal verband.
Het folterverbod is aan het wankelen. Dit betekent dat we op een hellend vlak zitten. De menselijke waardigheid en de rechtsstaat moeten verdedigd blijven.
VIER ASPECTEN
1. INTERNATIONALE DEFINITIE VAN FOLTEREN.
Het folterverbod moet opnieuw bevestigd worden. Dit houdt ook in het verbod van CID (Cruel, Inhumane or Degrading) (geweld, onmenselijk-heid of vernedering). Dit raakt aan de ene kant het vraagstuk van de menselijke waardigheid en aan de andere kant de zelfverdediging.
2. INCOMMUNICADO-DETENTIE.
Het opsluiten van verdachten zonder advocaten en zonder contact met de familie. De opsluiting duurt weken, maanden. Uiteindelijk verdwijnen de gevangenen. In Engeland is er wetgeving die het net niet gehaald heeft.
3. HET BEGINSEL VAN NON-REFOULEMENT.
Het niet uitleveren naar een land waar gefolterd wordt. Mensen worden vaak gekidnapt. Aan regeringen worden garanties gevraagd, maar de reactie bestaat nogal eens uit loze beloften. Bij overdracht is er nauwelijks zicht op de uitgeleverde mensen. De essentie van het internationaal vluchtelingenrecht is het beginsel van non-refoulement: het verbod op terugzending naar een land waar de vluchteling vervolging te vrezen heeft of waar zijn leven of veiligheid in gevaar zijn. Dit beginsel is vastgelegd in het VN-Vluchtelingenverdrag, maar ook in het VN-Verdrag tegen Foltering, het VN-Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten en het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens.
4. OP WELKE WIJZE MOETEN WE INFORMATIE VAN VEILIGHEIDSDIENSTEN
INTERPRETEREN?
Informatie afkomstig van veiligheidsdiensten mag niet op ongecontroleerde wijze in gerechtelijke procedures gebruikt worden. Als dit als bewijs wordt gehanteerd moet de verdediging de informatie kunnen controleren. Mag informatie, verkregen via foltering, gebruikt worden? Als dat gebeurt worden de vruchten van de foltering gebruikt en dat kan niet de bedoeling zijn. Wel moet bij informatie die tot een ramp kan leiden ingegrepen worden. Het blijft lastig om een goede
keuze te maken.
5. DE NEDERLANDSE REGERING ZOU MEER POLITIEKE STELLING MOETEN
NEMEN VOOR HET FOLTERVERBOD.
Handhaving van de rechten.
- Overheden kunnen niet doen wat ze willen: de rechterlijke macht
controleert.
- Er is de parlementaire controle.
- De rol van beroepsorganisaties zoals van advocaten en medici is
belangrijk.
- NGO’s, zoals ACAT, maar ook vrouwenorganisaties en organisaties
van juristen dragen bij aan het handhaven van het verdrag. Als er
veel organisaties mee bezig zijn, draagt dat bij aan de universaliteit
van de rechten.
- De rol van de media is uiterst belangrijk: bij een verbod op de media
moet een alarmbel gaan luiden. De media moeten kritisch kijken
naar wat er aan de hand is.
GESPREK MET DE ZAAL
1. HOE STAAT EUROPA TEGENOVER MENSENRECHTEN? DAAROVER IS
NOG WEINIG GEZEGD.
Prof. Van Boven zegt dat Europa op dit gebied naar buiten en niet naar binnen kijkt. Hij had kritische opmerkingen gemaakt over Spanje over de behandeling van ETA gevangenen. Dat werd hem door de EU landen kwalijk genomen: de EU landen gingen om Spanje heen staan. De EU landen spreken in de VN altijd over anderen.
De Nederlander Gijs de Vries voert op dit moment in zijn functie van veiligheidscoördinator de discussie aan om solide middelen te ont-wikkelen om terrorisme te bestrijden.
De middelen moeten vallen binnen het kader van het internationale recht en men moet oog blijven houden voor de rechten van de mens.
2. DE RELATIE TUSSEN DE SPECIAAL RAPPORTEUR VAN DE VN EN DE
COMMISSIE MENSENRECHTEN VAN DE RAAD VAN EUROPA.
Er bestaat een rivaliteit tussen de RAAD VAN EUROPA en de EU. Het mensenrechtenhof van de RAAD VAN EUROPA is traag en werkt op incidenten (symptomen van een ernstige situatie). Het kan wel vijf à tien jaar duren voordat uitspraak gedaan wordt over een zaak.
De parlementaire assemblee van de raad van Europa heeft een commissaris voor de mensenrechten bij de Raad van Europa benoemd in de persoon van de Zweed Thomas Hammarberg, opvolger van de Portugees Alvaro Gil-Robles.
De structuren van onrecht bestuderen behoort tot de taken. Het comité tegen folteren brengt bezoeken aan gevangenissen. De Verklaring van VN uit 1948 zijn bevestigd in de verdragen van1966. Het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens stamt uit 1950. Prof. Van Boven ziet datgene dat universeel wordt aangepakt én datgene dat regionaal wordt aangepakt als complementair, elkaar aanvullend.
Er ontstaat een probleem wanneer er regionaal een aanpak is die de Mensenrechten verlaagd. We kunnen de normen wél verhogen, maar mogen deze níet verlagen. Nederland had vroeger een andere reputatie dan tegenwoordig.
3. WAT KAN HET INTERNATIONAAL HANDELSRECHT BETEKENEN IN RELATIE TOT DE
MENSENRECHTEN? BIJVOORBEELD NAAR CHINA TOE; ZIJN ER ARTIKELEN DIE
HANDEL VERBIEDEN WANNEER NIET VOLDAAN IS AAN DE RECHTEN VAN DE MENS?
Prof. Van Boven ziet dit als een groot probleem. Het is mogelijk een land te boycotten, maar dan wordt de bevolking vaak twee keer gestraft: een keer door de regering en de tweede keer door de boycot.
4. ZIJN BEDRIJVEN INTERN GEBONDEN AAN DE MENSENRECHTEN?
De oude opvatting is dat de Mensenrechten een handleiding zijn tegenover de regeringen. De vraag is of dit ook kan tegenover bedrijven. Is het (ethisch) verantwoord om zich in, bijvoorbeeld, Birma te vestigen? Grote bedrijven hebben een verantwoordelijkheid voor de lokale bevolking. De internationale arbeidsorganisaties zijn bezig met dit thema. Welke effect heeft een bedrijf in het land?
5. VALLEN KINDERRECHTEN, VALT HUISELIJK GEWELD ONDER MENSENRECHTEN? Deze situaties spelen zich veelal af in de privé omgeving, maar dat wil niet zeggen dat de staat en de samenleving zich geheel aan hun verantwoordelijkheid kunnen onttrekken.
6. HOE STAAT U TEGENOVER HET BELEID VAN RITA VERDONK TEN AANZIEN VAN HOMOSEKSUELE IRAANSE MANNEN DIE WORDEN TERUGGESTUURD?
Prof. Van Boven noemt het beleid van deze regering ten aanzien van asielzoekers enghartig.
ANTOON VAN HOOFT
LEZING DOOR ESTHER VINK VAN PEACE BRIGADES INTERNATIONAL (PBI) OVER DE BESCHERMING VAN MENSENRECHTENACTIVISTEN.
Het bestuur van ACAT NEDERLAND stelde zich tijdens de jaarvergadering ten doel de grenzen van het werken voor de mensenrechten aan de orde te stellen.
Enerzijds de verschuiving van de moraal waardoor martelen wordt toegestaan en anderzijds de tomeloze inzet van de vrijwilligers van PBI die hun leven in de waagschaal stellen om mensenrechtenactivisten te beschermen.
We kwamen op het spoor van PEACE BRIGADES INTERNATIONAL en willen ons laten informeren over concrete situaties bij de bescherming van mensenrechtenactivisten.
Esther is nu een jaar terug uit Colombia, haar collega is nog in Indonesië. In Colombia werken vier teams met 35 vrijwilligers en vijf betaalde medewerkers.
“HOE GAAT DAT NOU: MENSEN BESCHERMEN DIE GEVAAR LOPEN?”
Daarover vertelt Esther haar verhaal met een prachtige powerpoint presentatie. Zij schildert ons een levensecht beeld van haar ervaringen in de binnenlanden van Colombia, in Medellin, stad van de eeuwige lente met drie miljoen inwoners. “De stad is niet meer zo gewelddadig als ten tijde van het drugskartel van Escobar”. “Als je geld hebt kun je er alles kopen”.
Esther studeerde Internationale Betrekkingen, met daarin aandacht voor Internationaal Recht, Mensenrechten en Spaans. Zij heeft er geen moeite mee om ons meer dan een uur geboeid te laten luisteren.
Van jongs af kreeg Esther interesse en gevoel mee voor anderen, mede doordat zij een geadopteerde zus uit Colombia heeft. Een reden waarom zij zich in Colombia al snel op haar gemak voelde. Zij is bij toeval als vrijwilliger bij PBI terechtgekomen.
PBI werkt in zeer complexe situaties, werkt aan vredesopbouw.
Vredesopbouw is zeer omvangrijk, stelt een aandachtig lid van ACAT, kan de organisatie dat dragen? Het werk van PBI is natuurlijk maar
een kleine schakel in het hele proces van vredesopbouw.
De consequentie van de begeleiding door PBI voor de lokale organisatie is dat deze bekend(er) wordt in het land. Er zijn ook mensenrechtenorganisaties die liever anoniem werken.
Er wordt van de organisatie zelf verwacht dat ze veiligheidsmaatregelen neemt en niet volledig steunt op de bescherming van PBI. “Wij bieden de NGO’s een netwerk aan van wereldwijde contacten.” PBI werkt preventief. “Vooral het praten met instanties om de dreiging aan de kaak te stellen, is van belang en de mogelijkheid om internationale druk uit te oefenen op de regering van het land waar de mensenrechtenschendingen plaatsvinden”.
PBI begeleidt mensen die in oorlogsgebieden leven en zich op geweldloze manier inzetten voor de mensenrechten.
PBI is opgericht in 1981 en heeft na 25 jaar actievoeren projecten in Guatemala (1983-1999 en 2003), in Colombia (1994), Mexico (1998), Indonesië (2000) en Nepal 2005.
In Indonesië heeft PBI drie teams, waarvan één in Atjeh. Dit team moest in november 2003 het gebied verlaten. ‘Dankzij’ de tsunami had PBI de mogelijkheid terug te keren omdat de regering weer buitenlandse organisaties toeliet. De projecten in een land bestaan uit één of meer teams. PBI houdt zich aan de nationale wetgeving van het projectland.
Ze steunt op het volgende mandaat:
1. geweldloze actie volgens de principes van Mahatma Gandhi en
alleen aan geweldloze groepen en individuen.
2. internationaal karakter van PBI.
3. niet-inmenging in politieke aangelegenheden
4. legaliteit, alle beschermingsverlening heeft een wettelijk toegestaan
karakter
Gandhi formuleerde: “GEWELDLOOSHEID IS DE GROOTSTE KRACHT DIE TOT DE BESCHIKKING VAN MENSEN STAAT. STERKER DAN DE ERGSTE VERNIETIGINGSWAPENS ONTWIKKELD DOOR DE MENS.”
Esther koppelt daar heel pragmatisch aan: “Je kracht is je paspoort, je richt als buitenlander je ogen op Colombia. Colombianen zelf kunnen die buitenlandse bescherming niet missen.”
Esther vertelt over de trainingen aan de mensen op de berghellingen, meestal gevluchte boeren die hun werk niet meer kunnen doen en van hun grond verdreven zijn. Ze leren over de veiligheid van hun eigen leven, over conflicthantering, angst, stress en hygiëne.
In Indonesië worden de leiders van de dessa’s ook getraind in peacerestoration
PBI klaagt niet rechtstreeks regeringen aan, zoals ACAT en AMNESTY INTERNATIONAL doen.
“Wij publiceren alleen wat ons uit andere bronnen wordt aangereikt en wat al eens aan de orde is geweest.”
PBI-ers lopen zeer zichtbaar mee met de mensenrechtenactivisten. Ze dragen een bodywarmer met naam en logo aan voor- en achterkant. Ze toont een beeld van een kleurrijke, beschilderde minibus, volgepakt met mensen, op de bergweg met vlak daarachter de landrover van PBI met het logo, groot op de motorkap. PBI gaat mee met een advocaten-collectief dat de plaatselijke bevolking bijstaat. Het zijn zware tochten met overnachtingen bij de mensen thuis. De mensen vertellen over de bedreigingen die ervoor zorgen dat ze vaak tijden niet van huis durven te gaan. ‘s Nachts in het pikkedonker kon Esther zich een beetje de angst voorstellen van de mensen, als je een hond hoorde blaffen en niet wist óf er iemand en wíe er langs je huis liep.
Zeker zo belangrijk: PBI vertelt aan de overheid wat ze komt doen en waarschuwt hen dat in het buitenland bekend zal worden wat er met de mensen in het land gebeurt.
PBI zorgt voor:
1. beschermende begeleiding
2. trainingen van mensenrechtenactivisten
3. observatie, analyse en verslaglegging.
Met compassie vertelt ze over de bergstreken in Colombia, waar zij zelf nooit de cocaplantages heeft gezien en waar ze de strijd tussen guerilla’s en regeringstroepen gelukkig nooit heeft ervaren.
Colombia kent veel drugsfacties die ook elkaar bestrijden. In het noordwesten van Colombia worden op het land van de verdreven inheemse bevolking Afrikaanse palmen aangeplant. De natuur in dit gedeelte van de Andes kent de grootste biodiversiteit ter wereld.
Ze toont een prachtig beeld van het tropisch regenwoud op de zonnehellingen in het hooggebergte.
Boerengemeenschappen zijn hier van hun land verdreven en vormen de speelbal in dit deel van de misdeelde wereld. Zij laat hierbij een verlaten boerderij zien, waar de bewoners nog geen maand van tevoren geleefd en gewoond hebben. “Toen we bij een legerpost vroegen waar de bewoners waren, was het antwoord: ‘ op vakantie’.”
In oostelijk Antioquia is het conflict heel zichtbaar, hoe dieper je de streek ingaat hoe meer verlaten boerderijen je ziet. Er vluchten nog dagelijks mensen van hun land, uit angst of voor dreigementen. Het berggebied was in de jaren zeventig een bolwerk van de guerrilla, inmiddels is de aanwezigheid niet meer zo groot als in die tijd, maar waarschijnlijk zitten er nog wel ‘plukjes’ guerrilla in de bergen.
TIENDA COMUNITARIA LOS MEDIOS staat er geschreven op een bord boven de kleine buurtsuper. Esther was er bij de feestelijke opening en werd op stevige bonensoep getrakteerd.

Leden van PBI zijn vooral afkomstig uit Europa en Noord-Amerika. Ook India en Colombia beginnen mee te doen. Geprobeerd wordt om meer mensen uit andere landen aan te trekken. In de Spaanstalige projecten melden zich steeds meer personen uit Latijns-Amerika aan.
PBI heeft kantoren in Londen en Madrid, naast de 20 landengroepen. Om aan het werk van PBI bekendheid te geven worden diverse overheden benaderd. Zij krijgen te horen wat goed en slecht gaat en wat hun verantwoordelijkheden zijn.
“’t Is een spel dat gespeeld wordt: regeringen heten ons welkom, maar
willen ons eigenlijk niet. Wij weten dat we praten met generaals met bloed aan hun handen. Generaals vragen ons om de ‘rotte appels’ aan te geven, dat past in het corruptiepatroon”.
“BEKENT PBI KLEUR? WAT IS HET EFFECT VAN DE BESCHERMING DOOR PBI?“ vraagt een kritische toehoorder. Een van de pijlers van het werk van PBI is ‘niet-inmenging’. Dat wil echter niet zeggen dat PBI zich neutraal opstelt in een conflict.
PBI begeleidt op verzoek van organisaties, die vooral werken ‘vanuit een linkse hoek’. Guerillagroeperingen voeren gewelddadige actie en vallen om die reden buiten het werkterrein van PBI.
“Alleen als je zelf veilig bent, kun je anderen bescherming bieden”.
Gelukkig is er nog nooit een slachtoffer gevallen bij PBI vrijwilligers.
“Ik heb wel ervaren hoe het voelt als je hele leven in het teken van de angst staat.” “Je vangt slechts een glimp op van de angst waarin de mensen leven.” “De opofferingsgezindheid en de kracht van de Colombianen is indrukwekkend.”
Met deze ervaringen toont Esther de betrokkenheid en de bezieling van een jonge vrouw die geraakt is door de thematiek van
‘EEN WERELD OF GEEN WERELD’.
Esther ervaart haar werk als zeer intensief, met overweldigende indrukken en veel wantrouwen. Ze is zich er altijd van bewust wie er achter haar loopt, ook hier nog.
ACAT kan PBI steunen door actie te voeren. Er worden veel mensen gevangen genomen om de bevolking te intimideren en dat gegeven kan ACAT aan de kaak stellen.
Desgevraagd vertelt Esther nog dat ze werkt op basis van een onkostenvergoeding en met een zakgeld twee keer het minimum-inkomen van de Colombianen zelf.
Het is niet te achterhalen waar Ingrid Betancour zich bevindt. Zij is ontvoerd door de FARC en PBI heeft geen invloed op deze groepering. Het Colombiaanse conflict is zeer complex, antwoordt Esther tot slot op mijn vraag.
WIM PETERSEN.
Vrijheid
Vrijheid?
Als vrijheid een woord is, is het dan gelogen?
Als vrijheid te koop is, kost het dan een vermogen?
Als vrijheid een weg is, zijn we dan halverwege?
Als vrijheid een cadeau was, zou jij het dan geven?
Als vrijheid een mens was, is hij dan nog in leven?
Of is vrijheid een plaats zonder zorgen om thuis te komen?
Jelle Harpenau, 13 jaar, winnaar dichtwedstrijd, 5 mei 2003
WAAROM IS ACAT CHRISTELIJK?
WAT IS HET VERBAND TUSSEN HET CHRISTELIJKE GELOOF EN DE STRIJD TEGEN MARTELING?
Paulo Ricca, dominee en theoloog binnen de Eglise Vaudoise in Italië, vraagt zich af wat het specifiek christelijke is van ACAT in haar strijd tegen de marteling. Als christen ben je een leerling van een gemartelde die, verrezen, de sporen draagt van de martelingen die hij heeft ondergaan. Volgens Paolo Ricca zijn wij geroepen de gemeenschap van die gemartelde te worden. We zijn verbonden met de gemartelde door onze solidariteit, maar ook door de menselijkheid van Jezus. “Zie de Mens”, zei Pilatus in het bijzijn van gemartelde Jezus. Het specifieke van ACAT is het werken aan deze menselijkheid door geboren te worden voor de tweede keer in God.
De actie van Paolo Ricca wordt gekenmerkt door drie karakteristieken:
1. het gebed
2. de verzorging van de ziel( ziel en lichaam vormen slechts één)
3. de bekering (de onze en die van de kerken).
“ACAT IS DE KERK, MAAR DE KERK IS NOG GEEN ACAT” besluit hij zijn betoog.
ACAT heeft zich vanaf het begin ingeschreven met het kwaliteits-kenmerk “christelijk”. Is ACAT bij toeval christelijk of was het een bewuste keuze, vol overtuiging, steeds vernieuwend? Is de term christelijk een versiersel of een fundament? Zou ACAT anders zijn als ze niet meer was dan de Actie van Christenen tegen de Afschaffing van het Martelen? Zou het wezen van ACAT veranderen als ze haar christelijke karakteristiek zou verwaarlozen of ontkennen? Moet je christen zijn om tegen het martelen te strijden? Is gewoon humaan zijn niet voldoende? Zit er bij christenen een supplement aan menselijkheid, die hen beter equipeert dan de anderen om tegen het martelen ten strijde te trekken? Het is niet eenvoudig om op hierop een antwoord te geven. Dat de christenen medemenselijker zijn dan anderen is geen vanzelfsprekendheid. Dat ze dat in het verleden geweest zouden zijn is al helemaal niet voor de hand liggend.
De inquisitie, zelf gespecialiseerd in het martelen van de ziel en vervolgens van het lichaam was toch een christelijke uitvinding.
En de VERKLARING VAN DE RECHTEN VAN DE MENS zelf, vastgesteld door de Algemene Vergadering van de VN op 10-12-1948, waarvan het vijfde artikel stelt:
“NIEMAND ZAL ONDERWORPEN WORDEN AAN MARTELINGEN, NIET AAN WREDE STRAFFEN EN BEHANDELINGEN DIE ONMENSELIJK EN VERNEDEREND ZIJN”, zijn die niet vreemd aan de traditionele leer van de Kerk, dat altijd het Goddelijke recht heeft verkondigd en natuurlijk de rechten van degene die zijn zonen waren genoemd? Was haar houding in het verleden niet zeer terughoudend, zelfs vijandig als het ging om die mensenrechten?
Het is een welbekend feit dat de mensenrechten eerder zijn ontworpen “DOOR HET GOEDE VOLK VAN VIRGINIA” in Noord Amerika in 1776 en door de vertegenwoordigers van de Franse Nationale Vergadering in 1789. Zelfs als men achteraf christelijke wortels kan ontdekken in deze rechten van de mens, zelfs als het mogelijk is (niet gewenst) “DE RECHTEN VAN DE MENS TE DOPEN DOOR HAAR NADERHAND TE VOORZIEN VAN EEN EXTRA BASIS EN WAT RELIGIEUZE VERNIS “, is het een feit dat de bekering van de kerk tot de rechten van de mensen en dus tot de strijd tegen martelen van een zeer recente datum is. Wij hebben geen traditie waar we ons aan vast kunnen klampen. Wij hebben als christenen alles te leren, want onze vaders en moeders hebben ons niet opmerkzaam gemaakt op de noodzaak om als christenen te strijden tegen iedere vorm van marteling. Wij zijn de eerste handvol christenen die zich hebben geëngageerd in deze strijd. Wij zijn een geschiedenis begonnen, die dertig jaar later nog in zijn kinderschoenen stond. Enkelen onder ons behoren tot die eerste generatie christenen die zich in de strijd tegen het martelen geëngageerd hebben. We moeten ons dus goed het absolute nieuwe van ACAT in het christelijke milieu realiseren.
Wij bestaan dertig jaar, maar we hebben geen verleden. Wij zijn de eerstgeborenen in dit avontuur van ons geloof en van onze christelijke getuigenis. Wij zijn bezig, beetje bij beetje, ons programma en ons specifiek karakter te ontdekken. Wij hebben dertig jaar geleden gehoor gegeven aan een categorische imperatief, tegelijkertijd aan de grote menselijke ellende en aan het heldere woord van God. Ineens bevonden we ons in de voorste linie, in het hart van de strijd, zonder de tijd te hebben gehad een theorie te ontwikkelen, een theologie of zelfs ons licht te laten schijnen op het specifiek christelijke van onze actie.
We voeren ACTIE, zijn geen praatgroep. Het stellen van een daad was vereist, niet alleen gedachten en woorden.
Wij hebben dezelfde ervaring als de eerste leerlingen van Jezus aan wie hun meester op een dag zei: “GIJ, VOLG MIJ!”. En wij hebben hem gevolgd. We konden niet anders. Zo is ACAT ontstaan.
Het was een plotseling besluit, gevolgd door een acte van gehoorzaamheid. Er was niets voorbereid, niets geprogrammeerd, we zijn onszelf vragen gaan stellen; de meeste principiële vraag was: waarom zijn wij als christenen betrokken bij de strijd tegen het martelen? Heeft ons geloof ons daartoe aangezet? Het besluit om ACAT op te richten was een acte van gehoorzaamheid. Maar gehoorzaam aan wie, aan wat? Aan Jezus? Aan onszelf, aan ons morele geweten dat in opstand was gekomen tegen schending van mensenrechten en vooral tegen het regulier martelen dat gepraktiseerd werd in meer dan 130 landen in deze wereld? Bij het stellen van de vraag wat het wezenlijke verband is tussen het christelijke geloof en de strijd tegen het martelen hebben we drie belangrijke ontdekkingen gedaan:
1. LEERLINGEN VAN EEN GEMARTELDE.
De eerste ontdekking is een elementaire, vaak verwaarloosde
consta tering: Jezus, die aan de basis staat van ACAT was zelf een gemartelde. Wij zijn de leerlingen van een gemartelde. Drie van de vier evangeliën stemmen overeen bij het relateren van de opgelegde marteling aan Jezus: na te zijn veroordeeld tot de dood werd Jezus geslagen met roeden (Marcus 15,15; Math.27.26; Johannes 19,1), mishandeld door de soldaten, door hen vernederd, gekroond met een doornenkroon, op zijn gezicht geslagen en in het gezicht gespuwd. Door mens te worden heeft God in Jezus gekozen voor de conditie van een gefolterde, niet voor die van een folteraar. We zijn geroepen om de gemeenschap van die gefolterde te zijn of te worden. Dat wil zeggen dat we in iedere gefolterde de trekken van de geslagene en bespotte zien, volgens het paradigma van Mattheus 25 kan men daaraan toevoegen: ”IK WAS GEFOLTERD EN U BENT MIJ TE HULP GEKOMEN EN HEBT MIJ VERLICHTING GEGEVEN.” En als we hem vragen: ”WANNEER HEBBEN WE U GEFOLTERD GEZIEN?” antwoordt hij ons: ”IEDERE KEER ALS U VERLICHTING GEGEVEN HEBT AAN EEN GEFOLTERDE OF HEM HEBT BIJGESTAAN, HEBT U DAT AAN MIJ GEDAAN”. Het specifiek christelijke van ACAT is dat de communio met Jezus de communio met ieder gefolterd mens meebrengt. Jezus komt nooit alleen, je kunt hem niet bezitten zonder zijn gemeenschap. Jezus is eerder met hem dan met ons. De gefolterde is bij ons als reisgezel van Jezus. Het gaat er om in de gefolterde ander de trekken van Jezus te zien en om te begrijpen dat, zoals de Kerk het lichaam van Christus is, ook wij een lichaam zijn met de gefolterde mensheid, dat ook wij op een of andere manier de stigmata van het Kruis in ons eigen lichaam dragen.
Het specifieke van ACAT wordt daarmee een taak: de Kerk uitnodigen zich af te vragen wat kan en moet het betekenen het lichaam van Christus te zijn, niet alleen het mystieke lichaam, maar ook het historische lichaam van Christus, het lichaam van zijn lijden?
Zie hier de eerste ontdekking die we hebben gedaan: wij christenen zijn verbonden met de gefolterde mensheid door Jezus zelf, door zijn mens zijn, dus door een zeer diepe band, dieper en mysterieuzer dan die van onze compassie en solidariteit hoe belangrijk die op zichzelf ook is. Het specifieke van ACAT is deze band te doen oplichten en deze band op zich te nemen, niet alleen bij ons persoonlijke handelen, maar ook door ons gemeenschappelijk bestaan in onze manier van kerk van Jezus te zijn.
2. DE MENSELIJKHEID VAN DE GEFOLTERDE.
De tweede ontdekking is niet minder verrassend. Het is Pilatus die dit ons aanbiedt: hij die (profeet zonder het te weten), over de gefolterde, vernederde Jezus, het waarachtigste, het diepste heeft gezegd wat een niet-gelovige zich maar kan voorstellen: ”ZIE DE MENS!”. Pilatus was zich niet bewust van de draagkracht van zijn woorden. Wij wel. Wij weten dat de gemartelde die mens is. Hij, de gemartelde, de vernederde, dat is pas de echte mens. Hij heeft zijn menselijkheid niet verloren. De foltering kan alles van iemand wegnemen, maar niet de menselijkheid van de gefolterde. De beul echter heeft zijn menselijkheid verloren. Het is een mens zonder menselijke trekken. Een mens die zich zelf in zijn menszijn ontkend. Dat is een van de grootste mysteries die ons omgeven: de mens die het humane in de ander ontkent, ontkent zonder dat hij het zich realiseert zijn eigen humaniteit, De mens die in een andere mens alles ziet behalve zijn menselijkheid houdt op zelf mens te zijn en wordt onmenselijk. Het is niet verwonderlijk dat de nazi’s de term van UNTERMENSCH hebben gecreëerd, een wezen dat zich op een lager niveau bevindt. In de mate waarin ik de menselijkheid van de ander herken maak ik mijn eigen menszijn waar. Mijn menszijn en het menszijn van de ander zijn onderling afhankelijk, voeden elkaar. Het specifiek christelijke van ACAT is het stellen van de elementaire en beslissende vraag: ”Wat betekent het een mens te zijn? Waarom kan iemand zo onmenselijk worden? Waarom is het zo moeilijk om humaan te zijn?”
“ZIE DE MENS” zegt Pilatus, als hij de gefolterde aan de menigte presenteert. Het is die mens, niet zijn beulen, die in zich het menselijke vertegenwoordigt, dat de beulen onder hun voeten hebben vertrapt.
Het specifiek christelijke van ACAT is de overtuiging dat de menselijkheid van Jezus de spiegel is waarin de mens kan leren hoe humaan te worden. Geboren worden is niet voldoende om humaan te zijn. Je moet een tweede keer geboren worden: nu door God. Want alleen God is geslaagd in zijn vermenselijking. Het specifiek christelijke van ACAT is het plaatsen van de strijd tegen foltering en marteling in het kader van het Evangelie van de vermenselijking van God in Jezus van Nazareth.
GEBED, DE ZORG VOOR DE ZIEL, BEKERING
Ten slotte zijn er nog drie karakteristieken van ACAT als Actie van Christenen. Deze kenmerken worden iedere keer vermeld als we ACAT willen presenteren:
a. Het EERSTE KENMERK IS HET GEBED.
Het is de ziel van ACAT zoals de strijd tegen de foltering het lichaam is. Tot God bidden wil voor ACAT zeggen: ACAT beleven in God, in Hem voor wie alles mogelijk is omdat niets onmogelijk is.
b. HET TWEEDE KENMERK KUNNEN WE NOEMEN DE ZORG VOOR DE ZIEL.
Het martelen raakt zowel de ziel als het lichaam. ACAT weet dat de ziel net zo kostbaar is als het lichaam en zij wil haar energie ter beschikking stellen zowel aan het lichaam als aan de ziel van de gefolterde en waar mogelijk ook aan de ziel van de beul. Het specifieke van ACAT is het plaatsen van de strijd tegen het martelen binnen het kader van het evangelie van de menselijkheid van God in Jezus. Het gaat hier om het stellen van de elementaire vraag: “WAT IS EEN MENS?”

c. HET DERDE KENMERK VAN ACAT IS DE BEKERING.
Ik denk hier niet aan de bekering van de beul, dat kan ook een rol spelen aan de horizon van onze acties. Ik denk hier aan de bekering van de Kerk. Want de hele universele Kerk zou ACAT moeten worden: een mooie manier om de katholiciteit van de Kerk te beleven en te vieren.
Bij de viering van het 30 jarig bestaan in de Notre Dame te Parijs zagen we de katholiciteit van de Kerk. ACAT is Kerk, maar de Kerk is nog geen ACAT, zij is er slechts fragmentarisch aanwezig. Alleen als de kerk in zijn geheel ACAT is, wordt ACAT de Actie van de Kerk van Christus voor de Afschaffing van Marteling.
PAOLO RICCA. Vertaling: Johan Naron; uit: ACAT Courier december 2005 blz. 38-42

