ACAT NIEUWS Nr. 2 – 2008
jaargang 23, 2008, nummer 2
ACAT is een oecumenische mensenrechtenvereniging van Christenen tegen martelen en doodstraf, gevestigd in 34 landen, in 4 continenten.
Lid van de Féderation Internationale de l’ACAT (Fi-ACAT) te Parijs.
ACAT NEDERLAND is de enige oecumenische organisatie in ons land die als doelstelling heeft zich vanuit een christelijk standpunt te verzetten tegen martelen en doodstraf, waar ook ter wereld.
ACAT NIEUWS verschijnt twee keer per jaar.
Redactieadres, ledenadministratie,
secretariaat: Pieter de Hooghstraat 41 3583 RH Utrecht
telefoon 030 – 25 15 237
redactieraad Laura Bertens
postgiro Postbank 50 47 237 te Denekamp
e-mail info@acatnederland.nl
website www.acatnederland.nl
website fi-acat www.fiacat.org
website acat France www.acat.asso.fr
ACAT stuurt U:
. 2 x per jaar een aflevering van ACAT NIEUWS
· maandelijks een URGENTE ACTIE met voorbeeldbrieven
· maandelijks een gebeds- en bezinningskalender met naam of namen van slachtoffers
van marteling, moord of verdwijning
ACAT verzorgt:
• op verzoek voordrachten en workshops in verband met martelen en doodstraf.
Abonnementskosten € 17,50 per jaar
donaties en giften zeer welkom en noodzakelijk;
fiscaal aftrekbaar
JAARVERGADERING ZATERDAG 15 MAART 2008
Zoals ik ook in voorgaande jaren gemeld heb zijn schending van mensenrechten al lang niet meer exclusief voor verre landen. Vorige week konden we lezen dat president Bush zijn veto uitgesprak over het verbod op waterboarding. Op het glijden op de schaal van de mensenrechten is dit een concreet voorbeeld.
Bij waterboarding wordt het gezicht van een vastgebonden verdachte met een doek bedekt, waarna water over hem heen wordt gegoten om hem het gevoel te geven te verdrinken. Mensenrechtenorganisaties beschouwen dit als marteling. Na afloop van de WO II zijn op aandringen van de VS verschillende Japanners ter dood veroordeeld, die deze techniek hadden toegepast op Amerikaanse soldaten.
Op ‘you tube’ zag ik filmpjes van Amerikaanse jongens die waterboarding uitprobeerden. Al bij de eerste golf water die in de neus stroomde, kropen zij in elkaar en wilden opspringen om te hoesten en naar adem te snakken. Een gevoel van benauwdheid en doodsangst overviel hen. In werkelijkheid worden de gevangenen vastgebonden. Als zij willen opspringen merken ze hoe machteloos ze zijn en dat er geen verweer is tegen de dreigende verdrinkingsdood. Natuurlijk wordt ervoor gezorgd dat zij niet echt dood gaan. Onder druk worden de gevangenen gedwongen uitspraken te doen.
Bekend is dat deze uitspraken uiterst onbetrouwbaar zijn. Zij doen uitspraken om zich vrij te maken van de martelingenpraktijken. Wanneer waterboarding geaccepteerd wordt door de Amerikaanse politiek reken ik het tot onze taak hiertegen massaal in actie te komen.
Een ander recent voorbeeld dichter bij huis is het feit dat de Nederlandse Staat beschuldigd is van het schenden van mensenrechten. Het gaat om kinderen die in gevangenissen worden opgesloten en asielzoekers die als criminelen worden behandeld.
Effecten van het beleid van minster Verdonk die door internationale controlelichamen zijn waargenomen.
Kinderrechten zijn voorwaarden voor een gezonde ontwikkeling van jonge mensen. Het doel van de menselijke ontwikkeling is vrij te zijn, niet gevangen te zijn. Niet gevangen door inperkingen van buitenaf, maar ook niet van binnenuit. Wanneer kinderrechten geschonden worden ontstaan trauma’s en angsten. Heel hun leven kunnen deze de vrije ontplooiing belemmeren en worden zij erdoor achtervolgd. Als christelijke organisatie ziet ACAT de opdracht om te werken aan bevrijding van de eigen binnenwereld, en middels wetten en regelgeving te zorgen voor een veilige buitenwereld. Hierbij hebben we elkaar nodig. Elke keer wanneer het ons lukt een stapje verder te komen, zijn we weer iets meer mens geworden.
Deze inleiding wil ik afsluiten met een gebed dat ooit gelezen is in de Duifgemeenschap in Amsterdam.
Wij denken en bidden voor allen die in duisternis leven
Aan de rand van onze maatschappij;
Daklozen, verdwaalde mensen, vluchtelingen,
Gemartelden en gevangenen,
Dat zij niet alleen staan en
Mogen weten, dat er iemand is die borg voor hen wil staan.
Bidden wij tot God,
Om nieuwe tekenen van vrede.
Dat de oude woorden
Nieuw verstaan worden in de duisternis van onze tijd.
Dat alle mensen licht mogen ontdekken in hun leven en
Zich Lichtdragers van U mogen weten.
Mogen wij verwonderd blijven om de hoop en levenskracht
Die ons in het hart is gelegd.
Antoon van Hooft
MENSENRECHTEN IN CHINA
Op de jaarvergadering van ACAT op 15 maart 2008 hield dr. Georg Evers de lezing. Hieronder volgt een samenvatting.
Kort voor het begin van de Olympische Zomerspelen in Beijing staat de Volksrepubliek China speciaal in de belangstelling van de internationale media. De mensenrechten in China in enige punten samengevat:
- 50% van de mensen in de wereld waarvan mensenrechten wordt benadeeld woont in
China
- In China bevinden zich meer journalisten in de gevangenis dan elders in de wereld.
- De Chinese regiering controleert de toegang tot internet met de modernste middelen.
- De één-kind politiek bij de geboortecontrole leidt tot talloze abortussen.
- In China worden wereldwijd de meeste doodstraffen voltrokken.
- China ondersteunt regeringen zoals Soedan, Noord-Korea, Birma en Zimbabwe.
- In China wordt de vrijheid van godsdienst steeds weer geminacht.
De Chinese regering benadrukt dat in China de mensenrechten gelden. Zij verklaart dat de mensenrechten ook van culturele en maatschappelijke factoren afhangen. Het opkomen voor de onaantastbare waardigheid van het individu is voor de Chinezen verdacht. Naar Chinees begrip heeft het welzijn van het algemeen altijd voorrang boven het welzijn van de enkeling. De economische, sociale en culturele mensenrechten zijn volgens deze denkwijze net zo hoog in te schalen als de burgerlijke en politieke rechten van het individu.
De ergste schendingen van de mensenrechten vonden plaats tijdens de Proletarische Culturele Revolutie (1966-76).
De heerschappij van de willekeur van de zogenaamde Bende van Vier o.l.v. de weduwe van Mao Zedong, werd door de hervormers onder Deng Xiaoping (1977-1990) beëindigd. De mensenrechten werden hervormd, maar niet naar westelijke maatstaven. De grondwet van de Volksrepubliek China verzekert formeel de grondrechten, bijvoorbeeld op uitoefening van godsdienstvrijheid.
President Jiang Zemin (1990-2002) heeft onderstreept dat de communistische partij aanspraak maakt op het alleenrecht het land te leiden. Het ging erom de boeren en arbeiders in het gareel te houden en tevens de nieuwe maatschappelijke laag van kapitalisten en ondernemers door de partij op te eisen. Een hybride vorm is hieruit voortgekomen, welke eigenlijk het ideologische failliet van de partij betekent.
De partij is zich ervan bewust dat er in het land een gevaarlijke ontwikkeling gaande is, omdat de kloof tussen de “nieuwe rijken” en de van de zegeningen uitgesloten boeren, seizoenarbeiders en kleine ambtenaren steeds groter wordt.
Onder de bevolking leeft een grote ideologische teleurstelling, dit resulteert in onverschilligheid tegenover alle ideologische campagnes.
In de verhouding tussen staat en godsdiensten hebben zich drie vormen uitgekristalliseerd:
1. Eerste orthodoxe variant: de godsdienst wordt tot een kracht die
door de staat gedragen wordt, doordat zij de betreffende heersende
regering, de zegen van de hemel doorgeeft of, profaan uitgedrukt,
zich voor het welzijn van het algemeen positief inzet.
Het confucianisme heeft de rol van orthodoxe godsdienst gespeeld.
2. Tweede orthodoxe vorm: aanhangers van een godsdienst isoleren
zich en trekken zich terug in kloosterlijke bespiegelingen.
Het Chinese Boeddhisme lijkt nog het meest deze vlucht te zijn
gegaan in de wereld van mystiek en ascese.
3. Heterodoxe variant: deze werd afgewezen en vervolgd omdat zij
het politieke systeem durfde te bekritiseren en moeite deed invloed
te krijgen op politieke en maatschappelijke veranderingen.
Dissidenten waren dan geen “onschadelijke dromers”, maar
‘anarchistische elementen’. Het boeddhisme en nog sterker het
christendom, hebben dikwijls de bestaande orde ter discussie
gesteld en zich uitgesproken voor verandering tot en met het
toestaan van revolutie.
Volgens Karl Marx zullen de godsdiensten door de opbouw van een socialistische staat vanzelf verdwijnen. Hun voorlopige functie, de mens in moeilijke en benauwde maatschappelijke en economische omstandigheden troost en ondersteuning te geven, zelfs opium voor het volk te zijn, zal dan overbodig geworden zijn. Godsdienst wordt gedefinieerd als het “tevergeefse en verwarrende antwoord van de mens op zijn gevoel van machteloosheid en de angst tegenover de natuurkrachten en de maatschappelijke krachten”.
In de godsdienstpolitiek heeft de communistische partij van China vanaf het begin onderscheid gemaakt tussen religieuze geloofsinhouden en de organisatie van religieuze instituten. De geloofsinhouden en geloofsleer liet men over aan de geloofsgemeenschappen zelf. Maar de religieuze instituten werden aan een strenge reglementering en controle onderworpen om te verhinderen dat zij invloed op de maatschappelijke en politieke verhoudingen zouden kunnen krijgen.
Een belangrijk punt in de hervormingspolitiek van Deng Xiaoping was het herstel van de vrijheid van godsdienst die tijdens de verwarring van de culturele revolutie was afgeschaft.
Het doel was om de godsdienstgemeenschappen bij de opbouw van de staat mee te laten doen. In de tot heden geldende grondwet van China uit 1982 wordt het recht op vrijheid van geloof vastgelegd.
Artikel 36 luidt:
‘De burgers van VR China genieten vrijheid van geloof. Geen staatsorgaan, geen maatschappelijke organisatie en geen individu mag burgers ertoe dwingen, zich tot een religie te bekennen of niet te bekennen, noch mogen zij de burgers benadelen die zich tot een religie bekennen of niet bekennen.
De religieuze organisaties en aangelegenheden mogen door geen enkele buitenlandse macht worden beheerst’.
Het bureau van het Staats Godsdienst Toezicht (SARA) controleert de religieuze activiteiten.
De zogenaamde ondergrondse kerk, wordt als illegaal gezien. Leden van de Chinese Communistische Partij, zoals Chinese militairen, mogen zich niet bekennen tot een geloof.
Tegenwoordig zijn in de VR China vijf religies officieel erkend: Taoïsme, Boeddhisme, Islam, de Katholieke Kerk en de Protestantse Kerk.
In zijn schrijven van 29 juni 2007 aan de Chinese katholieken, heeft paus Benedictus XVI uiting gegeven aan het feit dat, de door de Chinese Katholieke Patriottische Vereniging in haar statuten gestelde ‘Principes van onafhankelijkheid en autonomie, van zelfbestuur en democratisch bestuur van de kerk’, onverenigbaar zijn met de leer van de kerk.
China bevindt zich in een tijd van omwenteling en opnieuw beginnen. De blik van China op het Westen is minder verkrampt en wrokzuchtig geworden. De economische kracht brengt met zich mee dat China zelfbewust en trots is op haar cultuur en traditie en nieuwe ideeën uit het Westen opdoet. Bij het Westen en de christelijke kerken is een versterkt bewustzijn met betrekking tot de legitimiteit van culturele en religieuze verscheidenheid ontstaan.
De door veel christenen getoonde houding van medemenselijkheid, hulpvaardigheid, vertrouwen en moed heeft er sterk toe bijgedragen dat het beeld van de christenen in de Chinese maatschappij verbeterd werd. Voor zover mogelijk zijn zij weer begonnen hun bijdragen te leveren op het gebied van opvoeding, medische en sociale gezondheidszorg. De verbindingen met buitenlandse zusterkerken zijn opnieuw gelegd, waarbij de Chinese christenen hun nieuw verworven zelfstandigheid en eigenheid proberen te behouden.
Op zoek naar geestelijke, religieuze en ideologische normen en waarden stuiten veel Chinezen op de mogelijkheid van het Christendom. Sinds enkele jaren melden de christelijke kerken een meer of minder sterke groei. Het meest hiervan profiteren de protestantse kerken, terwijl de katholieke kerk vanwege de interne splitsing tussen de officiële en de ondergrondse kerk het zich moeilijk maakt. De protestante Amity Stichting drukte tot nu toe vijftig miljoen bijbels in talen van etnische minderheden.
De groeiende invloed van het Christendom strekt zich ook uit tot het fenomeen van de zogenaamde “Culturele Christenen”: een ontwikkeling binnen de Chinese intelligentsia, die nauw verbonden is met de snelle ontwikkelingen van de Chinese maatschappij en met de ideologische aftakeling van de Chinese communistische partij. In de huidige zingevingscrisis zoeken zij naar filosofische, religieuze en culturele ideeën die in de plaats komen van de marxistisch-communistische ideologie van de staatspartij.
MENSENRECHTEN: WESTERS OF UNIVERSEEL?
CHIWING PANG opent zijn lezing met de opmerking dat de gedachte achter de Olympische Spelen verbroedering is tussen de vele verschillende volkeren.
DE MENSENRECHTEN IN CHINA.
De eerste vraag is: zijn de mensenrechten voor China een WESTERS gegeven óf erkent China dat deze rechten UNIVERSEEL zijn?
De Universele Verklaring van de Mensenrechten zijn voor iedereen
en gelden altijd: van politieke en burgerrechten, zoals het recht voor
je mening uit te komen, tot sociaal-economische rechten zoals het recht op onderwijs, eten en onderdak.
De lidstaten van de VN hebben zich door ondertekening van het VN-handvest verplicht de Universele Verklaring te respecteren.
HOE ZIEN DE CHINEZEN DEZE RECHTEN?
China onderkent zowel de Burger- en Politieke Rechten ( BuPo) als de Economisch, Sociale en Culturele (ESC) rechten.
Echter: deze rechten worden voortdurend geschonden door China.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen de vrijheid van een individu tegenover het belang van de staat. Deze laatste moet ten allen tijde prevaleren. Mensenrechten worden geschonden daar waar de legitimiteit van de partij in gevaar komt.
Wetten worden slecht geïmplementeerd: de partij staat altijd boven de staat; er is geen scheiding van machten in het staatssysteem. Rechters krijgen politieke sturing van de partij in rechtszaken.
Doordat het land zo groot is vindt weinig controle plaats op lokale autoriteiten. Ambtenaren willen promotie maken en daarom op zeker drie punten scoren:
- het voorkomen van sociale onrust: hiervoor
worden onderdrukking en censuur gebruikt.
- geboorteplanning: gedwongen abortussen zijn het
gevolg
- economische groei: milieurampen,
mijnongelukken zijn het gevolg.
Vorige week nog werd de jurist Teng Biao, een jonge serieuze academicus, als lector verbonden aan de ‘China University for political Sciences and Law’ voor ruim veertig uur opgepakt en gewaarschuwd zich zeer voorzichtig te gedragen.
Teng Biao steekt zijn mening over de staat van de mensenrechten niet onder stoelen of banken. Hij kreeg te horen dat hij een beetje kalm aan moet doen met het oog op de Olympische Spelen.
ER IS EEN VERSCHIL TUSSEN DE THEORIE EN DE PRAKTIJK.
De mensenrechten zijn opgenomen in de Chinese constitutie met toevoeging van art. 33 “The State respects and preserves human rights’.
Corruptie vindt plaats bij de politiek – ambtelijke ondernemer; macht en geld spelen een grote rol.
SCHENDINGEN VAN DE MENSENRECHTEN ZIJN:
- martelingen
- doodstraf
- het rechtssysteem dat niet goed functioneert
- censuur
Het werk van mensenrechtenverdedigers en journalisten wordt moeilijk gemaakt door intimidatie; bij kritiek op het bestuur wordt men al snel beschouwd als landverrader.
De meeste aandacht gaat uit naar de economische kant van de Olympische Spelen. Maar in het kader van de Spelen is het een goede zaak dat de donkere kanten van de mensenrechtensituatie naar buiten komen.
Tijdens de discussie wordt duidelijk dat China vakbonden kent, maar deze zijn gesanctioneerd door de overheid.
Scholen en ziekenhuizen hebben een staatsvakbond. Vakbonden zijn organisaties die vakanties, ziektekosten, scholen en kinderopvang regelen. Vakbonden staan in dienst van het bedrijf.
Werkgevers én werknemers hebben dezelfde belangen: productie maken. De gedachte hierbij is: alles wat een individu voor de groep doet, komt terug bij het individu.
Uit contacten met het Westen worden bijvoorbeeld ‘vrije verkiezingen’ overgenomen, maar de ontwikkeling hiervan is in China niet vanzelfsprekend.
De middenklasse, de rijken en de welgestelde mensen laten zich tegenwoordig niet alles meer gezeggen door de Staat.
De boeren en arbeiders profiteren nauwelijks van de opkomende wereldmacht, zoals China zichzelf presenteert en zegt verantwoordelijkheid op zich te nemen als wereldmacht.
De voertaal naar buiten is Engels, voor veel Chinezen is hierdoor niet bekend welke berichten naar buiten worden uitgedragen.
De Staat is autoritair, bijna totalitair, is de mening van Chiwing Pang.
Laura Bertens
ZESTIGSTE VERJAARDAG UVRM
Op 10 december 2008 is het precies 60 jaar geleden dat de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens werden afgekondigd. Destijds was men wereldwijd opgetogen over dit feest van de mensenrechten. Decennia lang was dit verdrag de trots van de Verenigde Naties.
Aan de basis van de Verklaring stond de speech van de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt op 26 januari 1941, waarin hij de idee van de vier vrijheden lanceerde:
- vrijheid van meningsuiting
- vrijheid van behoefte
- vrijheid van levensovertuiging
- vrijheid van angst.
Later werd daar een vijfde aan toegevoegd:
- recht op zelfbeschikking.
De vrouw van de president, Eleanor Roosevelt, was voorzitster van de commissie die de tekst opstelde.
Op 10 december 1948 zag de definitieve tekst van ‘De Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens’ het licht. Achtenveertig stemmen voor tegen acht onthoudingen. Afrika was nauwelijks en Azië zeer gedeeltelijk vertegenwoordigd.
Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens van 1950 is op de Verklaring gebaseerd.
Het document werd de meest uitgebreide catalogus van rechten en vrijheden die ooit is opgesteld in de geschiedenis van de mensheid: van het recht op lichamelijke integriteit, voedsel en huisvesting tot het recht van vrije meningsuiting, vereniging en de vrije keuze van regeerders. Het richt zich op het grote ideaal van een wereld zonder geweld, honger of gebrek, waarin mensen in vrijheid samenleven, hun individuele mogelijkheden ten volle ontplooien, zonder die van anderen te beknotten.
Aanvankelijk wilde men de Verklaring snel verankeren in een verdrag. Pas in 1966 zijn twee internationale mensenrechtenverdragen opgesteld die de mensenrechten juridisch bindend vastleggen: het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten. Meer dan tweederde van de landen op deze wereld heeft die verdragen ondertekend.
Tijdens de Koude Oorlog waren de rechten van de mens een wapen in de ideologische strijd. Het Westen benadrukte de zogenoemde burger- en politieke rechten. De Sovjet Unie en Azië legden het accent op de sociale, economische en culturele rechten.
Na de val van de Berlijnse Muur veranderde de `ideologische klassenstrijd’ in een `cultuurstrijd’ tussen het Westen en het Zuiden.
In 1992 nam de Beweging van niet-gebonden landen de `Verklaring van Jakarta’ aan waarin staat dat “geen land zijn macht mag aanwenden om de eigen opvatting van democratie en rechten van de mens voor te schrijven aan anderen”.
In 1993 tijdens de Wereldconferentie over de rechten van de mens gaf de Indonesische minister van Buitenlandse Zaken, Ali Alatas, zijn `Aziatische’ visie op de rechten van de mens. Hij onderstreepte de “universele geldigheid”. Maar in tegenstelling tot het “Westerse” accent op individuele rechten zou volgens hem Azië “gezien zijn historische en culturele achtergrond” hechten aan een “evenwichtige verhouding tussen individuele en gemeenschapsrechten, tussen rechten en plichten”.
De Volksrepubliek China ondersteunde deze visie van harte. Een Chinese afgevaardigde zei dat “de hardwerkende, dappere en intelligente mensen van Azië vasthouden aan hun schitterende culturele traditie van respect voor de rechten van de staat, de samenleving, de familie en het individu”. Let hierbij op de volgorde.
Steeds meer hoort men van Aziatische, maar ook van Arabische en Afrikaanse kanten dat het begrip `rechten van de mens’ eenzijdig Westers is. Aan de andere kant komen Westerse landen vaak niet tegemoet aan de universaliteit van de rechten door te weinig te doen aan de mondiale kloof tussen arm en rijk.
Dit terwijl de ‘vrijheid van behoefte’ tot de Vier Vrijheden van president Roosevelt hoort.
De rechten van de mens zijn soms moeilijk af te dwingen. In Europa ziet de Raad van Europa erop toe dat landen zich aan de afspraken houden. In arme landen worden eerder sociaal-economische rechten als excuus gebruikt ten nadele van andere rechten: vrijheid van meningsuiting kun je niet eten, brood wel, wordt geredeneerd.
Mw. Eleanor Roosevelt van de Verenigde Staten met de poster
waarop de Verklaring van de Mensenrechten te lezen zijn.
De Verklaring spreekt een groot ideaal uit en dat is niet verwonderlijk als je beseft dat het een reactie is op de gruwelijkheden van de oorlog. In de preambule staat: …”dat de volkeren van de Verenigde Naties in het Handvest hun vertrouwen in de fundamentele rechten van de mens, in de waardigheid en de waarde van de mens en in de gelijke rechten van mannen en vrouwen opnieuw hebben bevestigd en besloten hebben om sociale vooruitgang en een hogere levensstandaard in groter vrijheid te bevorderen. Een ideaal dat het waard is om levend te houden. De waardigheid van de mens staat hierbij centraal. Laten we vooral daarbij stilstaan wanneer we de 60e verjaardag vieren.
Antoon van Hooft
Testament
Wanneer ze je zeggen
dat ik niet gevangenzit,
geloof ze niet.
Ze zullen het moeten toegeven,
vroeg of laat.
Wanneer ze je zeggen
dat ze mij hebben vrijgelaten,
geloof ze niet.
Ze zullen moeten toegeven
dat het niet waar is,
vroeg of laat.
Wanneer ze je zeggen
dat ik de partij heb verraden
geloof ze niet.
Ze zullen moeten toegeven
dat ik haar trouw was,
vroeg of laat.
Wanneer ze je zeggen
dat ik in Frankrijk zit,
geloof ze niet.
Geloof ze niet wanneer ze je
mijn valse papieren laten zien,
geloof ze niet.
Geloof ze niet wanneer ze je
de foto van mijn dode lichaam laten zien,
geloof ze niet.
Geloof ze niet wanneer ze je zeggen
dat de maan de maan is,
als ze je zeggen dat de maan een maan is,
dat dit mijn stem is op een bandrecorder,
dat dit mijn handtekening is op een stuk papier,
als ze zeggen dat een boom een boom is,
geloof ze niet,
geloof
niets van wat ze je zeggen
niets van wat ze je zweren
niets van wat ze je laten zien,
geloof ze niet.
En wanneer ten slotte
die dag komt
waarop ze je vragen langs te komen
om het lijk te herkennen
en je ziet mij daar
en een stem zegt tegen je
wij hebben hem gedood
hij ontsnapte tijdens de marteling
hij is dood,
wanneer ze je zeggen
dat ik
volledig volkomen volmaakt
dood ben
geloof ze niet,
geloof ze niet,
geloof ze niet.
Ariel Dorfman (1942) werkte aan de universiteit van Santiago in Chili
en ging na de staatsgreep van 1973 gedwongen in ballingschap.
Hij woonde in Argentinië, Frankrijk, Nederland en de Verenigde Staten.
In 1986 keerde hij terug naar Chili.
Hij schreef vele gedichten over gevangenen die het militaire bewind liet ‘verdwijnen’.
AFSCHAFFING VAN DE DOODSTRAF GROTE STAP DICHTERBIJ.
Met de oproep tot een wereldwijd moratorium op de doodstraf heeft de VN een historische stap genomen naar het einde van de meest wrede en onmenselijke behandeling waartegen ACAT strijdt sinds de oprichting.
Vrijdag16 november 2007 was weer een van de zeldzame dagen die ik in mijn geheugen heb opgeslagen. Behalve natuurlijk persoonlijke gebeurtenissen zijn er ook spraakmakende feiten die door mijn betrokkenheid bij de zaak onvergetelijk zijn. Op 4 juni 1989 luisterde ik de halve nacht naar de aanval op de studenten op het plein van de “Hemelse” vrede. Op 9 november 1989 hoorde ik via het nieuws dat de muur gevallen was, terwijl ik (aardrijkskundeleraar) mijn leerlingen leerde dat er nooit meer een verenigd Duitsland zou komen.
Op 13 mei 2000 was de vuurwerkramp in Enschede en op 22 november 1963 de moord op J.F.Kennedy in Dallas.
De resolutie op de doodstraf werd door 99 landen aangenomen. 52 landen stemden tegen en 33 onthielden zich. In december heeft de Algemene Vergadering de beslissing bekrachtigd. Tot nu toe stelden de VN dat het wenselijk was dat staten een einde maken aan de dood als straf. De huidige resolutie gaat nog een stap verder. Staten die de doodstraf nog toepassen worden opgeroepen tot een moratorium op executies “MET HET OOG OP AFSCHAFFING VAN DE DOODSTRAF”.
De VN dringt er bij de deze staten op aan “internationale waarborgen aan ter dood veroordeelden te respecteren” en “het gebruik van de doodstraf geleidelijk aan te beperken en het aantal misdrijven waarop de doodstraf staat te verlagen”.
Tien landen namen het initiatief voor het wereldwijd moratorium op de doodstraf: Albanië, Angola, Brazilië, Kroatië, Gabon, Mexico, Nieuw Zeeland, Portugal (voor de EU), en Oost Timor.
Vandaag de dag hebben 130 landen de doodstraf afgeschaft, bij wet of in de praktijk. In 2006 werd nog in 25 landen de doodstraf voltrokken. Van alle executies werd 91% uitgevoerd in China, Iran, Irak, Pakistan, Soedan en de Verenigde Staten. Telde 2005 nog 2148 executies, in 2006 waren het er 1591. Volgens schattingen ligt echter het werkelijke aantal 10 keer zo hoog. China houdt namelijk geen officiële cijfers bij.
Op 1 juli 1863 werd de slavernij afgeschaft. Zou 150 jaar later misschien de doodstraf verdwijnen? ACAT bidt en werkt voor een betere wereld.
Wim Petersen


